Allemaal verse zielen dankzij regressietherapie

“Ik was de zoon van een Griekse farao en leefde in de vierde eeuw voor Christus. Het volk hield van mij en ik hield van het volk. Op mijn achttiende verjaardag ben ik tijdens het wagenrennen in de arena van Athene om het leven gekomen. Volgens mijn therapeut is dat de reden waarom ik in dit leven steeds maar weer zak voor mijn rijexamen.”

Op feestjes kom je ze steeds vaker tegen. Mensen die in regressietherapie zijn geweest. Voor wie het niet weet: regressie betekent zoveel als ‘teruglopen in de tijd’ en is onlosmakelijk verbonden met reïncarnatie. Wie in regressietherapie gaat, mag even in een vorig leven kijken. En dat is smullen, want elk verhaal van een vorig leven laat zich vertellen als een spannend jongensboek.

Zo vocht mijn boekhouder onder Napoleon in de Slag bij Waterloo. En de garagehouder die elk jaar de APK van mijn auto verzorgt, was ooit de schildknaap van ridder Lancelot, van de Ronde Tafel.

Ik hoor al hun avonturen glimlachend aan, maar denk bij mezelf: waarom kom ik nooit iemand tegen die in een vorig leven net zo’n anoniem bestaan leidde als nu?

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer een kwart van alle Nederlanders wedergeboorte als een ‘serieuze optie’ ziet. Maar dan wel de ‘westerse variant’ van reïncarnatie, want Hindoestanen en boeddhisten (die van oudsher in reïncarnatie geloven) geloven niet in stiekeme inkijkjes in een vorig leven. En waar de westerse mens keer op keer reïncarneert – desnoods tot het einde der tijden aan toe – daar reïncarneren Hindoestanen en boeddhisten tot zij het stadium van de Goddelijke Vrijheid hebben bereikt: het moment waarop alles is volbracht.

Bovendien geloven zij dat je ook als een dier kunt reïncarneren. Ja, zelfs als een oorwurm, al naar gelang wat je in een vorig leven nagelaten of juist gedaan hebt. In het westers denken is voor zo’n onhygiënisch beestje als een oorwurm geen plaats. Wie hier eenmaal het ‘niveau mens’ heeft bereikt, kan niet meer reïncarneren als dier – hoe slecht je ook hebt geleefd.

Wie in ‘westerse’ reïncarnatie gelooft, bevindt zich overigens in goed gezelschap. Zo stelt het medium Jomanda dat zij de reïncarnatie is van Bernadette Soubirous, het herderinnetje dat in 1858 in een grot nabij Lourdes de Heilige Maria voor zich zag verschijnen. We kennen het vervolg. Bernadette werd van de weeromstuit non en Lourdes een enorme hit. En Jomanda? Die beweert dat zij, toen ze Bernadette was, aan kanker is overleden. “Eigenlijk ben ik dus een ervaringsdeskundige.” Daar heeft Sylvia Millecam dan mooi haar voordeel mee kunnen doen.

Het sterkste argument tegen reïncarnatie is niet Jomanda, maar de groei van de wereldbevolking. Ten tijde van Christus telde de aarde circa 250 miljoen mensen. In 1800 was dat aantal gegroeid tot één miljard. In 1927 waren het er twee miljard, eind jaren vijftig drie miljard en in 1999 zes miljard.

Laat die getallen los op het fenomeen reïncarnatie en je komt uit op de volgende feiten. De kans dat iemand die nu leeft, ook in 1800 leefde, is één op zes. En de kans op een vorig leven ten tijde van Jezus is 1 op 24. Om over de tijd daarvóór nog maar te zwijgen.

Er is slechts één conclusie mogelijk voor wie in reïncarnatie gelooft: het overgrote deel van alle mensen die nu leven, leeft voor de eerste keer. Allemaal verse zielen dus. Maar ja, vertel dat als regressietherapeut maar eens aan je cliënt, die o zo graag in een vorig leven priester in Atlantis of vikinghoofdman had willen zijn.

1 reactie op “Allemaal verse zielen dankzij regressietherapie”

  1. Cees Oosterom

    Erg grappig heer Koelman, uw vader de Farao zou dat ook zeker gevonden hebben!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top