Anti-agressiecursus

– En jij bent…? Ad. Dag Ad, vertel eens, wat voor agressie maak jij als straatveger mee met Marokkaanse hangjongeren in het stadsdeel Slotervaart?
– Ik krijg tomaten en eieren naar mijn hoofd. En…
– Momentje, laten we de problematiek eens analyseren. Wat is je reactie als je bekogeld wordt?
– Niets. Maar het liefst zou ik met mijn veegwagentje over ze heenrijden.
– Ja, maar dat mag niet, hè Ad.
– Ik weet het.
– Vind je dat jammer?
– Om heel eerlijk te zijn, eigenlijk wel.
– Dat is niet goed, Ad. Al die negatieve energie die je in je hebt.
– Ik wil gewoon mijn werk doen, en verder geen gezeik.
– Ad, Amsterdam is een grote stad. Afgelopen dinsdag werd een ambulance belaagd door dronken jongeren. Dat is natuurlijk niet gewenst, maar het is wel een gegeven. Het is niet anders.
– En dan bekogelen ze me ook nog met stenen.
– Stenen? Kijk je ze soms te lang aan, Ad? Dat kán agressie opwekken.
– Aankijken? Echt niet! Nooit!
– Dat is óók geen juiste instelling. Je moet natuurlijk wel betrokken blijven. Straal een zekere mate van klantgerichtheid uit.
– Ik vind dat erg moeilijk op het moment dat ze de ruitenwissers van mijn veegwagen breken.
– Heb je je wel eens verdiept in hun achtergrond? Veel van die jongeren spreken moeizaam Nederlands. Daardoor kunnen ze zich niet goed uiten.
– Soms roep ik: jongens, doe dat nou alsjeblieft niet. En dan schreeuwen ze: ik maak je dood, teringlijer.
– Moet je niet doen. In de cultuur van die jongens is openlijk berispt worden door iemand die letterlijk in de goot werkt, een hele grote belediging.
– Heb ik gemerkt. Kreeg ik van zo’n jochie van amper dertien een klap in mijn gezicht.
– Ad, als stadsreiniger moet je natuurlijk wel een klein beetje tegen een stootje kunnen. Zulke dingen gebeuren als je veel op straat bent. Ik zeg altijd maar zo: incasseren moet je leren.
– Hoe dan?
– Als je wat meer begrip opbrengt voor hun achtergrond, komt zo’n klap veel minder hard aan. Pijn zit voor een groot deel toch tussen de oren, snap je?
– Nee, ik geloof niet…
– Ga in je vrije tijd praten met de ouders van die jongens. Door hen erbij te betrekken, kan je ook veel agressie voorkomen.
– De ouders van iemand die met een vuurwapen zwaait terwijl ik de straat veeg?
– Doen ze dat ook? Ach, zo’n kereltje is geen moordenaar, en zo moet je hem dus ook niet behandelen. Geef hem eens extra aandacht als hij zijn pistool in zijn broekzak laat en slechts stenen gooit. Laat je waardering blijken. Maak een afspraak. Als hij een maand lang geen wapen op je richt, volgt de beloning. Een nieuwe Playstation of zo. Stimuleer goed gedrag, dat voorkomt escalatie. Ik weet zeker dat de gemeente Amsterdam daar wel een potje voor heeft.
– Wel godverdomme, waarom geef jij die hangjongeren geen anti-agressietraining van dat geld? Zij zijn toch agressief, niet ik.
– Ad, dat vind ik een héél erg stigmatiserende opmerking van je. Bah, bah, bah. Nee, nu niet gaan huilen. Het gaat om die negatieve, afwijzende houding van jou. Daar moeten we samen echt iets aan gaan doen. Spreken we dat af? Ja? Mooi.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top