Bemoedigende woorden voor Volumia

In een hoekje van café Weemoed hing Xander wat afwezig aan de bar. Zijn kin rustte in de palm van zijn linkerhand. In zijn rechterhand klemde hij een leeg bierglas. Wat er – behalve alcoholdampen – in het hoofd van de Volumia-zanger speelde, was onduidelijk, maar met al het rumoer om hem heen was de stilte waarin hij zat groot.
“Hoe is het met je?”
Verstrooid keek Xander op. “Ken je me dan?” vroeg hij afwezig. Er hing een dikke mist in zijn hoofd. De jonge vrouw knikte. Ze frunnikte zenuwachtig aan haar lange, blonde haren.
Nog maar eens kijken dan. Xander schrok. Verdomd, het was Wendy. Had hij haar sinds die afgeblazen bruiloft niet meer gezien of gehoord, stond ze opeens voor hem. Godallemachtig, wat was ze mooi. Pijnlijk mooi zelfs. En nu wilde ze ook nog eens een gesprek. Over vroeger allicht. Alsof de woorden voor het oprapen lagen.

En wie was die kerel naast haar? Xander keek hem aan. Dat hoofd kwam hem vaag bekend voor.
“Koen ken je zeker nog wel?” vroeg Wendy.
Koen, ja. Die gast heette Koen. Nu wist hij het weer. Wendy’s tegenspeler in de jeugdfilm Science Fiction, die over een maand in premi”re ging. Met Koen kon ze altijd zo fijn praten. Waarom had ze die galbak eigenlijk op sleeptouw genomen?
Er viel een lange stilte.
Wendy lachte ongemakkelijk. Ze was in de war. Xander zag het aan haar ogen. Hij staarde haar aan. Wat keek ze vreemd. Gedachten spoelden door hem heen. Er was iets. De manier waarop die twee naast elkaar stonden, zo broederlijk onbeholpen, zo schutterig. De blikken die ze met elkaar wisselden.
Plots paste alles in elkaar. Xander schudde zijn hoofd. Dit kon niet waar zijn, maar toch wist hij het heel zeker. Ze g”ngen met elkaar. Alles tolde en spinde. De kaarten waren geschud. Het leven stond hem haarscherp voor de geest.

Xander schraapte zijn keel. “Hoe het met me is? Zeg jij het maar. Want dat is toch wat je wil? Gewoon even aapje kijken. Zien of ik je mis? En straks tegen de bladen vertellen dat het zo slecht met me gaat, dat ik er beroerd aan toe ben en dat je je zorgen maakt.”
Wendy wendde haar blik af. Haar stem klonk zacht. “Jij zult het ook nooit eens bij jezelf zoeken.”
“Je k”nt me niet eens,” snauwde Xander, “en ik ken jou niet. Ok”?” Geen bemoedigende woorden meer van zijn kant. “Wat is er trouwens met je lijf gebeurd de laatste tijd? Je lijkt wel een contrabas.”
Als een blinde staarde Wendy hem aan. Tranen biggelden over haar wangen. Ze wreef ze weg met de bal van haar hand. Toen keerde ze zich om en liep weg. Koen haastte zich achter haar aan. Hij legde troostend een hand op haar schouder.
“Als praten fijn is, wil neuken ook wel lukken,” schreeuwde Xander hen na. Zijn stem sloeg over. Ze keken niet meer om. Xander voelde zijn keel samentrekken. Er prikten tranen achter zijn ogen. Dikke, echte tranen. Dat was lang geleden.

Thuis kroop Xander wat dieper weg onder zijn vier-seizoenen-dekbed. Het rook hier niet bijster prettig. Het rook niet meer naar Wendy. Hij omklemde zijn hoofdkussen. “Even noem ik je Wendy,” fluisterde hij. “Heel even, totdat ik in slaap val.”
Wendy, de mooiste aller vrouwen. Zijn kompaan in de strijd. Alles wat hij deed, de woorden die hij zong, ze waren voor haar.
Wendy lachte en spreidde haar armen. Stralend. Voor eeuwig bij elkaar. Hij voelde haar zachte mond, krulde zich tegen haar aan en verborg zijn hoofd in haar lange, blonde haar.

6 reacties op “Bemoedigende woorden voor Volumia”

  1. weer eens een literair hoogstandje, chapeau ! Keep on the good work, wanneer komt er weer eens een brandbrief?

  2. HAHAHAHAHA!!!!!!!!!!!!!
    “Je lijkt wel een contrabas”
    Luuk Koelman doet mij altijd schuddebuiken!!
    Mijn complimenten Luuk, als jij schrijft is mijn ochtend gegarandeerd
    geslaagd!!
    Koelman for president!!!!!!!!!!!!!!!!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top