Bern is van Oranje

Een terras in Bern. Het is nog vroeg. Aan een tafeltje, een paar honderd meter vanaf de Bundesplatz, zitten drie Oranjesupporters onder een enorme parasol. Ze zijn een jaar of dertig en afkomstig van de oranjecamping, op zo’n vijftig kilometer van Bern. De heren hebben geen haast.

Eén van hen draagt een brulshirt. Op zijn hoofd heeft hij een oranje cowboyhoed. Zijn maat hangt onderuit gezakt, het hoofd getooid met oranje flaporen. Onder zijn voetbalshirt probeert zijn buik zich een weg naar buiten te banen.
De derde persoon aan het tafeltje, de ogen nog roodomrand van afgelopen nacht, heeft een opblaasbare klomp op het hoofd. Voor hem liggen een gsm, een pakje sigaretten en een gastoeter.

Sie wünschen?” vraagt de kelner. Hij is op leeftijd, heeft een doorgroefd hoofd en is tussen een zee van stoelen naar het drietal toe gekomen.

“Cola light,” zegt de man met de opblaasbare klomp op het hoofd.
“Cola light”, herhaalt de ober. Hij verlegt zijn blik naar de overige twee Nederlanders.
Maar die schudden het hoofd. “Ich hoef nichts” zegt de Nederlander met de oranje flaporen. Hij heeft kleine oogjes en een zwaar postuur. In zijn hand klemt hij een plastic flesje water.
De man met het brulshirt maakt een afwerend gebaar met de hand. “Ich auch nichts.” Hij is ook onderuitgezakt en kijkt als een veldheer om zich heen. Een tram komt rinkelend voorbij.
Er valt een stilte. De kelner kijkt het drietal uitdrukkingloos aan. Hij twijfelt of hij het zeggen moet, dat de heren worden geacht iets te drinken op een terras. Maar hij berust. “Also, ein cola light“, herhaalt de ober en draait zich om.

Binnen een minuut is hij er weer, met een dienblad met daarop één glas cola. Bij het tafeltje met de drie Nederlanders stopt hij, buigt en zet het glas met plechtige ernst neer, precies in het midden. “Ein cola light, bitte schön“.
De ober recht de rug en klemt het dienblad onder zijn linkerarm. Hij kijkt het drietal vriendelijk aan. Dan opeens, is het één en al verbazing die het gezicht van de ober overspoelt. “Ach, meinen Herrn, Entschuldigung.” Zijn hand reikt naar het borstzakje van zijn colbert. Daar steken drie rietjes uit. Rood, wit en blauw.
In een vloeiende beweging steekt hij ze in het glas cola. “Bitte schön“.

Even staart het drietal naar het glas met de drie rietjes. Beduusd. Dan schieten ze gezamenlijk in een ongemakkelijke lach, het hoofd overdreven ver achterover werpend.

Maar de kelner is dan allang weer weg, met de triomfantelijke blik van het gelijk in de ogen. Kelners in Bern, altijd grappig, ook al zie je het er niet aan af. Ze regeren met weinig woorden.

Op het terras loeit de eerste gastoeter van de dag. “Kampioenen, olé, olé”, roept de man met de roodomrande ogen schor. Morgen wacht Frankrijk.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top