Blootbeleving

Even als mannen onder elkaar, want ach en wee, het is toch wat met de blootbeleving van de Nederlandse vrouw. Iedere zomer voelen de dames zich op het strand wit en dik. Vraag de Nederlandse vrouw op welk lichaamsdeel zij trots is, en eenderde antwoordt: “ik ben nergens trots op,” om vervolgens de eigen gemoedstoestand aan het strand te typeren als ‘opgelaten’, ‘schaamtevol’ en ‘minderwaardig’.

Nu weten we allemaal dat vrouwen onzekere en labiele wezens zijn. Oké, ze zijn naar eigen zeggen volwaardig geëmancipeerd, abonnee van de Opzij en fan van Cisca Dresselhuys, maar de natuurlijke opdracht om mooi te zijn, is te zwaar voor ze. Daarom heeft elke vrouw een man nodig die haar helpt het eigen lichaam in het juiste perspectief te zien, want zelf is zij daartoe niet in staat. Ook hier weer harde cijfers. Zo blijkt dat 79 procent van alle vrouwen schaam- en okselhaar lelijk en afstotelijk vindt. En 40 procent van hen omschrijft zweet als het meest afgrijselijke wat er is. Allemaal zaken die toch standaard deel uitmaken van het menselijk lichaam.

Vrouwen en zelfacceptatie, het lijken twee onverenigbare zaken. Kijkt een vrouw in de spiegel, dan ziet zij vlees, louter vlees, kubieke meters vlees. Met putjes erin. En alsof dat nog niet genoeg is, steken uit dat vlees ook nog eens plukken onwelriekend schaamhaar.

O, wat haat de Nederlandse vrouw haar lichaam. Waarschijnlijk daarom is het haar diepste wens er uit te zien als een paspop in de etalage van Hennes & Mauritz. En als dat niet kan, dan maar over straat zoals Connie Breukhoven of Sylvie Meis. Ja, wij mannen hebben nog veel werk te verzetten wanneer het gaat om de zelfacceptatie van de vrouw. Ze kunnen het simpelweg niet alleen. Mijn vriendin heeft er ook last van.

Daarom heb ik de afgelopen weken een therapie ontwikkeld, gebaseerd op het natuurlijke fenomeen dat vrouwen niets liever doen dan zichzelf met anderen vergelijken. Gisteren, op de heetste dag van het jaar, was de vuurdoop. Ik streek met vriendin, koelbox, windscherm en twee strandstoelen neer op het strand van Scheveningen. Niet zomaar ergens, nee, precies tussen de dikke vrouwen.
Mijn vriendin keek haar ogen uit terwijl ik fluisterend commentaar leverde. Ik wees haar op een dame met een pens als een gletsjer. “Moet je die daar zien,” zei ik, “die is pas dik. Wat een vetkwabben. Nee, zo heeft Rubens het niet bedoeld.”
Daar knapte mijn vriendin al behoorlijk van op. Ook plastische beschrijvingen van dikke dames die gingen zwemmen, deden het goed. “Zie je dat? Het is net een homp kruiend vlees. Nee, die mevrouw loopt niet. Het is haar vlees dat over het strand richting water klontert.”

Daarna gingen we bij de friettent kijken naar dikke dames die patat aten. “Toch wel makkelijk,” zeiden we tegen elkaar, “als je geen figuur hebt, hoef je er ook niet op te letten”.

Na zo’n dagje strand kan mijn vriendin er altijd weer een tijdje tegen. Dankbaar voor zoveel steun en bevestiging kroelt ze dan tegen me aan. “Wat moet ik toch zonder jou?” zegt ze dan. En ik? Ik lach eens, pluk aan mijn borst-, schaam- en rughaar, laat een boer en wrijf over mijn bierbuikje. Waarna mijn vriendin liefdevol alle pukkels op mijn rug uitknijpt en een kratje bier voor me haalt in de buurtsuper. Het is heerlijk man te zijn.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top