Corruptie en sappelaars

Er wordt wat afgesjoemeld in Nederland. Minister Korthals van Justitie erkende onlangs dat de rijksrecherche het afgelopen half jaar tips heeft onderzocht over corruptie en dubieus handelen van 79 vooraanstaande politici en rechters. Daarbij zou het gaan om contacten met criminelen, laakbaar seksueel gedrag en misbruik van positie, zoals het aannemen van steekpenningen, snoepreizen en etentjes in ruil voor opdrachten. Jammer genoeg leverde het onderzoek van de rijksrecherche niets op. “Gebrek aan harde feiten,” schreef de minister aan de Tweede Kamer.

Vooralsnog zijn het dus de kleine sappelaars die tegen de lamp lopen, zoals de 22 afvalverwerkers uit Enschede die dachten het ei van Columbus te hebben gevonden. Klanten die een aanhangwagen afval kwamen storten, kregen simpelweg geen bonnetje, waarna het tientje in de kontzak van de kleine kruimeldief verdween. Niet netjes, maar bovenal erg dom. Een klant kreeg argwaan en tipte de directie. Voor straf moeten de ritselaars nu een cursus integriteit volgen. Bovendien worden zij twee jaar lang gekort op hun salaris.

De dag van de tip, half elf ‘s avonds. In een afgebladderde bouwkeet op een van de drie stortplaatsen in Enschede brandt nog licht. Binnen zit het klasje van 22 ritselaars, met tegenover hen PvdA’er Buursink. De verantwoordelijk wethouder is speciaal voor deze gelegenheid met werkkamer en al neergestreken in de tochtige keet. Met een strak gezicht neemt hij nog wat papieren door. Het klasje staart bedrukt voor zich uit. Ergens in de verte blaft een hond.

Minuten verstrijken. Een kleerkast met knuistige handen en tatoeages steekt voorzichtig een vinger in de lucht. Buursink kijkt op: “Wil jij mij soms iets vertellen?” De man schudt het hoofd. “Ik wil alleen maar even naar het toilet, meneer Buursink…”

“Niets mee te maken!” bitst de wethouder. “Jullie blijven hier net zo lang zitten totdat iemand bekent.” Zijn kraalogen dwalen over de groep. In een hoekje van de keet zit de dikste van het stel muisachtig naar de grond te staren. Zijn oor gloeit. Daar heeft Buursink net nog ongenadig hard aan getrokken.

Een wat oudere afvalverwerker schraapt zijn keel. “Ik… ik ga naar huis. U heeft het recht niet ons hier te laten zitten.” Buursink staat binnen twee stappen naast hem. “Luister ouwe dief, jij gaat pas naar huis wanneer ik dat zeg!” De man krimpt in elkaar onder zijn smalende woorden. Dan sluipt Buursink tussen de stoelen door naar achteren en grijpt plots een half in slaap gesukkelde afvalverwerker bij de kraag van zijn overall. “Waag het niet in te dutten!” De wethouder schudt wat hij schudden kan. “Jij-gaat-pas-slapen-als-ik-dat-zeg!” Het is zo’n heerlijke sensatie dat hij moeite heeft zich te beheersen.

Er klinkt een gesmoord snikken. Het is de kleerkast met de tatoeages. Onder zijn stoel ligt een plas. “Ik heb wel eens een tientje gejat. Ik geef het toe. Mag ik nu alstublieft weg?” Er verschijnt een superieure glimlach op Buursinks gelaat. Dit zijn de mooie momenten. “Tuurlijk mag jij weg. Maar eerst moeten je corrupte vriendjes ook bekennen.”
Tevreden sluit de PvdA-wethouder even later de keet. Half twaalf. Ze waren taaier dan hij had verwacht, maar als hij opschiet kan hij nog net het staartje meepikken van Bram en Neelie’s priv”-party op de rondvaartboot.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top