Dagboek van een jihadstrijder

Dag 1: Net met zijn drieën aangekomen in Aleppo. Enorme teleurstelling. Het Vrije Syrische Leger wil ons niet. We spreken nauwelijks Arabisch en hebben geen enkele militaire ervaring.

Dag 3: Geprezen zij Allah! Onderdak gevonden bij splintergroepering. Ze hebben een taak voor ons. We halen de doden. Stapels mannen. Achter het front leggen we hen dicht tegen elkaar. We wrikken laarzen van voeten en ringen van vingers.

Dag 5: Altijd maar weer die lijken. Het went niet. Ik kijk naar hun ondoorgrondelijke gezichten. De ogen wijd opengesperd staren ze me aan, in stille verwondering. Je verliest hier je verstand als je niet uit alle macht je best doet het te behouden.

Dag 8: Twijfels. Twee weken geleden reed ik nog op mijn scooter door Zoetermeer. Gelukkig spreken Mourad en Yassine me vermanend toe. Ik word niet geacht te denken, want als ik zou denken, zou ik geen jihadstrijder zijn. Een jihadstrijder is iemand die komt om te doden – of om gedood te worden. Meer smaken zijn er niet.

Dag 12: Mourad is dood! In de buik geraakt door een sluipschutter. Hij heeft nog een paar uur geleefd. Toen ik hem vroeg of hij veel pijn had, antwoordde hij dat hij het alleen maar koud had. De kilte van de dood.

Dag 13: ’s Nachts staar ik naar de sterrenhemel. Ik vraag me af hoeveel sterren er zijn. Eén miljard? Tien miljard?

Dag 16: Yassine is op een mijn gestapt. Ik ben als eerste bij hem. Zijn gezicht is ijzig wit. Ik vraag hem wat ik voor hem kan doen. Hij zegt dat hij jeuk heeft aan zijn benen, of ik wil krabben. Maar hij heeft helemaal geen benen meer. Ik leg mijn hand op een bot. Dat stemt hem tevreden.

Dag 18: Ik zou willen dat ik kon huilen, net als vroeger. Maar ergens in deze verdomde jihad ben ik opgedroogd.

Dag 21: Wat verderop ligt een zwaargewonde Syrische regeringssoldaat achter een muurtje. Ik kan zijn ademhaling horen. Hijgend. Raspend. Het is alleen zijn gegil om hulp dat irriteert. Hij kan ons horen praten. Hij kent onze namen. Elk van ons roept hij aan. Man, ga in godsnaam gewoon dood. Ik heb een handgranaat in zijn richting gegooid. Toen was het stil. Gek is dat. Vroeger wist ik niet of ik iemand kon doden. Nu weet ik niet hoeveel ik erbij voel.

Dag 23: Ik mag zo dadelijk in mijn eentje voorop in de aanval. Sommigen zijn uitverkoren jong te sterven, heeft de commandant me verteld. Mijn hart bonst zo hard in mijn keel dat het pijn doet. Ja, ik ben bang. Maar ik laat het niet merken.

11 reacties op “Dagboek van een jihadstrijder”

  1. Kolere, Luuk, wat een narigheid! Wanneer heb je nu eindelijk weer s iets lichtvoetigs? Alsjeblieft, hoog tijd voor een column met een glimlach, je was daar zo goed in!

  2. Luuk Koelman

    @Theodoor
    Het zijn ellendige tijden! (maar wie weet)

  3. Hard, schuurt, doet pijn, naïef.
    Complimenten Luuk voor deze column.
    Maar de volgende mag inderdaad wel weer “luchtiger”!
    Kuikentjes die de Pasen hebben overleefd of zo.

  4. Theo frans

    Alles beslissend treed jij op! Dit had niemand verzonnen.

  5. Ik was al fan van je. Maar nu hou ik gewoon van je. Je bent een kanjer.

  6. Stef Ardoba

    Dag 30: Wauw! Zoveel maagden bij elkaar en allemaal voor mij!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top