Dopingaffaires

Is de wielersport op sterven na dood? De Tour de France trok dit jaar meer kijkers dan ooit tevoren. Ook in Boxmeer, waar afgelopen maandag het eerste criterium na de Tour werd verreden, bleek het wielrennen springlevend. Michael Boogerd werd toegejuicht alsof niet Contador, maar hij op de Champs-Elysées het geel om de schouders had. Over alle dopingaffaires geen woord. Daarover mag je volgens de renners alleen praten als er bewijzen zijn.

En dat brengt ons bij de affaire Rasmussen. De Deen loog over zijn verblijfplaats in de weken voorafgaand aan de Tour. Vermoedelijk omdat hij niet het risico wilde lopen onverwacht op doping te worden gecontroleerd. De gevolgen zijn bekend. Met de overwinning in de Tour min of meer op zak, werd hij door zijn eigen ploeg op staande voet ontslagen. Inmiddels ontkent Rasmussen dat hij ooit heeft gelogen: “Er is geen enkel bewijs.”

Daar heeft hij een punt. De Deen is namelijk nooit op doping betrapt. Ook niet tijdens de veertien controles die hij tijdens de Tour onderging. Heeft hij dan niets gebruikt? Natuurlijk wel. Rasmussen staat bekend als een perfectionist. Om gewicht te besparen op de fiets, hongert hij zichzelf uit, scheert zijn hoofd kaal en krabt zelfs stickertjes van het frame. Voor wie zo ver gaat, is de stap naar stimulerende middelen niet groot. Het is een publiek geheim dat menig oud-profrenner de afgelopen weken bevestigde: Als topcoureur behoor je ‘professioneel met je sport bezig te zijn’. In rennersjargon betekent dat: doping gebruiken zonder tegen de lamp te lopen. Dát is professionaliteit, want zonder doping geen topprestaties. Daar is de Tour simpelweg te zwaar voor. Of zoals Jan Koerts, in 2001 Nederlands kampioen op de weg, tegen Mart Smeets zei: “Of je beschouwt je loopbaan als mislukt of je doet mee en gebruikt doping. Ik heb meegedaan en heb daar geen spijt van.”

Logisch dus dat Rasmussen zich belazerd voelt. De hele wielertop gebruikt doping, maar uitgerekend hij wordt uit de Tour gezet terwijl hij niet eens is betrapt.

Andere vraag. Waarom is een Tour waarin bijna iedereen doping gebruikt niet geloofwaardig? Voor mij is een renner die zelfs bereid is zijn gezondheid op het spel te zetten, uitermate geloofwaardig. Meer kun je niet voor je sport overhebben. De duels tussen Rasmussen en Contador op de flanken van de Peyresourde, dát was tenminste strijd – ook al stonden beide heren strak van de stimulerende middelen.

Het enige wat wielrennen ongeloofwaardig maakt, zijn de criteria na afloop van de Tour. Neem nu het rondje om de kerk in Boxmeer. Daar zegevierde Boogerd afgelopen maandag. Iedereen gunde het hem. Sterker nog, van tevoren wist het hele peloton dat Boogerd zou winnen. Het publiek smulde van het happy end en zong in koor: “Boogie bedankt, Boogie bedankt.” Maar waarvoor eigenlijk? De toeschouwers zagen helemaal geen wedstrijd, maar het resultaat van handjeklap voorafgaand aan de start. Over geloofwaardigheid gesproken.

1 reactie op “Dopingaffaires”

  1. uuhhhmm dat bedankt was voor de jaren dat hij als enige nederlander een beetje bij kon blijven bij de al dan niet gedopete top.

    Nu ga ik me niet uitlaten of hij echt helemaal nooit iets heeft gebruikt…

    ach en dat je de tour niet zonder dope kan rijden… ik heb vroeger ook wel 150 km per dag door de bergen gefietst, 2 weken lang en dat zonder verzorging, begeleiding en gerichte training of wat dan ook.. met genoeg training zal het best wel te doen zijn zolang je de 40 nog niet hebt bereikt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top