Een bedeesde blaas

Volgens mijn vriendin heeft vrouwzijn slechts één nadeel: lange rijen voor het toilet wanneer je uitgaat. Mannen hebben daar geen last van. Zij kunnen immers staand plassen. Een door Moeder Natuur bepaalde ongelijkheid die iedere feministe tegen de borst stuit. Daarom werd ooit de plastuit uitgevonden.

Ach, ach ach, veel vrouwen beseffen niet hoe goed ze het hebben, plassenderwijs gezien. Waar in een doorsnee uitgaansgelegenheid de herentoiletten bestaan uit één wc zonder deur en een hele rits urinoirs (of nog erger: een lange roestvrijstalen bak), daar beschikken dames minimaal over drie tot zes afsluitbare wc’s.

Wat ik daarmee wil zeggen? Nou, dit. Je zit gezellig met wat vrienden in een café, als plots de blaas opspeelt. Op naar het toilet. Daar hangen drie urinoirs. Je kiest de meest linkse, lekker veilig in de hoek. Je installeert je, zucht eens en wacht op de straal die komen gaat. Maar dan gebeurt het. De deur zwaait open en daar betreedt nog iemand het herentoilet. Heel brutaal kiest dit heerschap het urinoir direct náást jou. Je hoort een gulp open gaan.

‘Niet op letten,’ schiet het door je hoofd, ‘ontspannen, ontspannen’. Je concentreert je op een denkbeeldig vliegje: dáár moet je straal tegenaan kletteren. Je denkt aan een kabbelend bergbeekje en aan stromend water uit een kraan, maar diep van binnen weet je nu al dat de situatie hopeloos is. Je wilt wel plassen maar je kunt niet.
Naast je klettert het inmiddels dat het een aard is. Buurman neuriet zachtjes.
Paniek slaat toe. Bij jou geen straaltje, zelfs geen gedruppel, nee, helemaal niets. Wat moet die man naast je daar wel niet van denken? Persen dan maar. Nee, ook dat helpt niet. Je voelt je hoofd rood aanlopen. ‘Aqua, aqua, aqua,’ denk je in paniek.

Naast je zit de klus erop. Je buurman ritst zijn broek dicht en kijkt je eens met een schuin oog aan. Terwijl jij voelt hoe je hoofd nu donkerrood kleurt, bestudeer je quasi geïnteresseerd de tegeltjes op de muur hoog boven je. Hier niet willen zijn, je hebt er alles voor over.

Gelukkig is je buurman je genadig. Opmerkingen als “gaat ie lekker jongen?” blijven achterwege. Hij wast zijn handen en verlaat de toiletruimte.
Jij blijft achter. “Aqua aqua” mompel je nog maar eens, tegen beter weten in, want daar komt de volgende caféganger met aandrang alweer binnen.
En dan? Dan kies je eieren voor je geld. Je ritst snel je broek dicht, neemt in het café afscheid van je vrienden (“morgen weer vroeg op”) en hobbelt met volle blaas huiswaarts. Daar is het toilet veilig.

Niet kunnen urineren in het openbaar is een sociale angststoornis met een heus eigen etiket: urofobie, ook wel ‘het syndroom van de bedeesde blaas’ genoemd. De Engelse term is ‘paruresis’. Mensen met een vliegfobie kunnen uit tientallen therapieën kiezen, maar mannen met een bedeesde blaas worden aan hun lot overgelaten. Zij lijden in stilte.
Nee, dan Amerika. Daar heb je voor ‘bedeesde heren’ heuse ‘local support groups’ en ‘buddy’s’ die hen voor elk toiletbezoek moed inspreken. ja, hele websites (www.paruresis.org) zijn daar aan de bedeesde blaas gewijd. En terecht, want volgens Brits onderzoek kampt zo’n 7 procent van alle mannen met dit euvel.

En vrouwen? Die kennen dit ongemak niet en dat willen ze graag zo houden. Gelijk hebben ze. Geen wonder dus dat de plastuit nooit echt is doorgebroken.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top