Een enge droom

Het is aardedonker. Het waait en het motregent. Ik fiets door de uitgestorven stad. Het licht van een enkele straatlantaarn glanst vaal in de plassen op het fietspad. Opeens staat ze wijdbeens voor me: een agente. Haar rechterhand gaat gestrekt omhoog. “Halt!” Ik knijp als een gek in mijn remmen en kom net op tijd tot stilstand.

Ik staar geschrokken naar mijn voorwiel. Bijna was ik tegen haar broek aan gereden. Langzaam richt ik mijn blik omhoog. Ik zie een strenge vrouw van begin vijftig. Ze heeft opvallend dunne, rood gestifte lippen.
“Zie ik dat goed?” vraagt ze met kordate stem. “Heeft u een draagbaar lampje als fietslicht bevestigd aan uw bovenarm?”
Ik knik.
De agente knijpt haar ogen een beetje toe. “De Raad van Hoofdcommissarissen heeft alle politiekorpsen een brief geschreven. Daarin staat dat de wet aangaande fietsverlichting consequent moet worden gehandhaafd.” Ze haalt haar bonnenboekje tevoorschijn. “Verlichting die aan kleding of tassen bungelt, wordt niet meer geaccepteerd.”
Verbaasd kijk ik haar aan. “Ben ik dan niet goed zichtbaar met dit lampje?”
“Dat hoort u mij niet zeggen.” De agente bladert stoïcijns in haar bonnenboekje.
Ik lach ongemakkelijk. “Nou dan. Het gaat er toch om dat ik goed zichtbaar ben? Dáárom draag ik dit lampje.”
“Toch moet ik u een verbaal geven,” antwoordt de agente. “De regelgeving is volstrekt helder. Bovendien mag uw lampje officieel niet knipperen. Dat wordt een extra verbaal.”

“Maar dat lampje knippert juist omdat ik dan nóg beter zichtbaar ben!” roep ik. “In België raadt de politie een knipperende fietsverlichting zelfs aan.”
De dunne, rode lippen van de agente krullen. Er verschijnen kuiltjes in haar wangen. “Ik doe dit niet voor mijn plezier, maar ik ben voor daadkracht en duidelijkheid. Ik zeg waar het op staat. Ik durf problemen te benoemen en die ook op te lossen.”

“U kunt me ook een waarschuwing geven,” zeg ik. “Dan loop ik wel verder.”
De agente is druk aan het schrijven. “Daar is het nu helaas te laat voor. Het verbaal is reeds toegezegd en dan is het een kwestie van goed uitvoeren. Beloofd is beloofd.”
“Maar het gaat toch om de geest van de regelgeving,” probeer ik wanhopig. “Waarom schrijft u nu een bon uit?”

De agente kijkt verstoord op. “O, u bent van de Amsterdamse aanpak. Daar schrijven de dienders van burgemeester Cohen inderdaad geen bon uit. Zij vinden verlichting op jassen en tassen nog altijd veel beter dan geen verlichting. Watjes!”

“En uw eigen collega’s, hoe denken die hierover?” vraag ik.
“Met collega’s heb ik niets te maken,” antwoordt de agente. “Ik ben een eenmanscorps, maar ooit word ik hoofdcommissaris. Er staan 620.555 burgers achter me. Zij zeggen tegen mij: Rita, houd je rug recht!”
Ze overhandigt me twee bonnen van elk twintig euro. Plots is haar hoofd heel dichtbij. “Regels zijn regels. Dat is toch fantastisch?”

2 reacties op “Een enge droom”

  1. Er blijft steeds minder over wat mag… Het hele ‘volksvertegewoordigen’ is niet meer van deze tijd. Laten we vooral Europa (= Amerika) achterna lopen, want stel je voor dat het volk eens voor zichzelf gaat nadenken en beslissen – veel te onveilig!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top