Gerommel met genen: gendoping

Sneller, hoger, sterker. Een prachtig Olympisch ideaal, maar anno 2008 win je geen Olympisch goud met louter de juiste spirit en een afgetraind lijf. Er is meer nodig. Doping bijvoorbeeld. Oké, vervelend wanneer je wordt gesnapt, maar gelukkig is er iets nieuws: gendoping.

Met gendoping is iets vreemds aan de hand. Het staat op de lijst van verboden middelen, maar er is nooit een atleet op betrapt. Dat kan ook niet want een test die gendoping aantoont, moet nog worden uitgevonden.

Gendoping is het stoute broertje van gentherapie. Beide technieken staan nog in de kinderschoenen. Bij gentherapie wordt ‘gezond’ genetisch materiaal ingebracht in ‘zieke’ menselijke cellen. Het idee is dat patiënten die lijden aan erfelijke aandoeningen, kanker of auto-immuunziekten zo genezen kunnen worden. Wie bijvoorbeeld kampt met een erfelijke spierziekte, krijgt in de nabije toekomst een ‘gezond gen’ ingebracht in zijn spieren. Dat gen stimuleert de aanmaak van nieuwe bloedvaten. Hierdoor neemt de doorbloeding van de spieren spectaculair toe.

Precies deze vorm van gentherapie is getest op knaagdieren en de resultaten zijn verbluffend. Bij muizen die naast gentherapie een acht weken lang trainingsschema volgden, verdubbelde de spierkracht. Het nieuws over deze ‘Schwarzenegger muizen’ verspreidde zich razendsnel. De mailbox van de onderzoekers stroomde vol met post van atleten die zichzelf als proefkonijn aanboden. Alle aanmeldingen werden direct afgewezen. Gentherapie richt zich op onderzoek naar geneeskundige behandelingen, niet op het creëren van een supersporter met dubbele spierkracht.

Is het mogelijk dat atleten zich tijdens de Olympische Spelen in Peking bezondigen aan gendoping? We weten het niet, om de doodeenvoudige reden dat gendoping niet is op te sporen. Het is niet na te gaan of een bepaald gen van nature in het iemands lichaam zit of op kunstmatige wijze is ingebracht.

Wat we wel weten, is dat gendoping levensgevaarlijk is. Het werkt bij muizen, maar de ‘vertaalslag’ naar de mens is nog niet gemaakt. Niemand kent de bijwerkingen. Het grote probleem is namelijk dat gendoping ingrijpt in de genetische structuur van het lichaam. De behandeling is onomkeerbaar. Maar daar laten atleten zich niet door afschrikken. Neem nu de Duitse atletiektrainer Thomas Springstein die in 2006 werd veroordeeld wegens dopingpraktijken. Onderzoekers troffen in zijn computer een e-mail aan waarin hij vraagt om het experimentele geneesmiddel Repoxygen. Een levensgevaarlijk goedje dat via genetische manipulatie de aanmaak van lichaamseigen EPO stimuleert. Het is alleen getest op apen, maar die overleefden de onverwachte bijwerking – stroperig bloed – niet.

Ik vrees dat topsporters zich hierdoor niet zullen laten afschrikken. Enkele jaren geleden werd een grote groep topsporters anoniem gevraagd wat ze zouden doen wanneer er een pil bestond die hen Olympisch goud garandeerde. Een pil met één verschrikkelijke bijwerking: de atleet loopt een zeer grote kans binnen vijf jaar te sterven. De uitslag van de enquête was ontluisterend: het merendeel van de topatleten koos voor de pil. Voor hen is sport immers ‘de dood of de gladiolen’. In dit geval de dood én de gladiolen, om precies te zijn.

1 reactie op “Gerommel met genen: gendoping”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top