Getallen doen vreemde dingen met mensen

De menselijke psyche zit vreemd in elkaar. Waarom rijden we kilometers om voor een korting van twee euro op een brok kaas (“twee euro!”), maar doen we dat niet wanneer we diezelfde korting kunnen krijgen op een peperdure breedbeeldtelevisie (“ach, die twee eurootjes…”)?

Daniel Kahneman zocht het uit. Hij is psycholoog, maar won in 2002 de Nobelprijs voor de Economie. Hoe kan dat? Welnu, Kahneman was de eerste wetenschapper die economie en psychologie aan elkaar koppelde. Hij introduceerde de menselijke psyche in de economie en maakte korte metten met het idee dat mensen, wanneer het om geld en getallen gaat, meestal de juiste beslissingen nemen.

Of eenvoudiger gezegd: Kahneman toonde aan dat rationeel genomen beslissingen vaak regelrecht indruisen tegen iedere vorm van logica.

We nemen op grote schaal een loopje met de wetten der logica. In New York onderzocht Kahneman bijvoorbeeld het gedrag van taxichauffeurs. Zij bleken elke dag te stoppen met werken nadat ze hun inkomensdoel hadden bereikt. En dat is niet rationeel omdat ze zodoende op drukke dagen kort en op rustige dagen lang werken.

Veel slimmer is het om op drukke dagen langer door te werken omdat op die dagen de opbrengst per gewerkt uur het hoogst is. Op rustige dagen kun je beter vroeg stoppen. Maar een taxichauffeur is nu eenmaal – net als ieder mens – een emotioneel wezen. Hij heeft een diepe afkeer van onzekerheid en verdient het liefst elke dag hetzelfde bedrag. Dan weet hij waar hij aan toe is. Die ‘hang naar hetzelfde’ verklaart zijn irrationele gedrag.

Getallen doen rare dingen met mensen. Sterker nog, zelfs de manier waarop je getallen presenteert, is van invloed op rationele keuzes. Mensen zijn – zo blijkt uit onderzoek – eerder geneigd te kiezen voor de ‘half volle fles’ dan voor de ‘half lege fles’.

Amerikaanse artsen werd gevraagd of ze een patiënt een chirurgische ingreep zouden aanbevelen wanneer de kans dat diezelfde patiënt binnen vijf jaar na de operatie zou overlijden, 7 procent bedraagt. De artsen wikten en wogen. Nou, slechts met enige aarzeling zouden ze een dergelijke operatie aanbevelen. Hoe anders was de reactie toen hen werd gevraagd of ze een chirurgische ingreep zouden aanbevelen wanneer de kans dat de patiënt vijf jaar na de operatie nog zou leven, 93 procent bedroeg. De ingreep werd nog net niet warm aanbevolen.

Ja, ook geneeskunde wordt beheerst door getallen. Schrijver Martin Bril verhaalde ooit over meneer Witteveen, een oude man. Zowel hij als meneer Witteveen hadden darmkanker, en de kans om na vijf jaar nog in leven te zijn, bedroeg statistisch gezien vijftig procent. Bril en Witteveen zaten samen in de wachtkamer, en Bril kon alleen maar denken: het is meneer Witteveen of ik. Kop of munt.

De arts van Bril zag dat echter anders. “Statistieken zeggen niks,” zei hij tegen Bril. “Althans, niks over u. De statistiek gooit iedereen op één hoop. Maar per individuele patiënt ligt het verschillend.”

Een waarheid als een koe. Voor meneer Witteveen, twintig jaar ouder dan Bril, zagen de kansen er in de praktijk nu eenmaal een stuk slechter uit.

De boodschap van de arts was duidelijk. Bril verliet opgelucht het spreekuur. Getallen zijn leuk, begreep hij, maar als individu kun je er maar beter lak aan hebben. En zo is het maar net, al zal Kahneman daar vast en zeker heel anders over denken.

Oh ja, Bril stierf uiteindelijk ook aan darmkanker.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top