Kansarme kindertjes

Mijn neefje Colin komt een weekend logeren. We zitten samen op de bank voor de televisie. Colin is zeven. Hij is druk bezig een busje Pringles naar binnen te werken.

Ik heb mijn nieuwe MacBook op schoot. Op de televisie is een reportage over arme kinderen in nog armere landen. Katja Schuurman is bij hen op bezoek. We vallen er al zappend middenin. Het zou Darfur kunnen zijn. Droge, gebarsten aarde. Uitgeputte vluchtelingen. Mannen in lange, witte gewaden met een soort van tulbanden op. Vrouwen op ezeltjes, hutjes met her en der een vervuilde waterput.

“Minstens 200.000 doden in de afgelopen vier jaar”, zegt Katja.

Bedrukt kijkt Colin naar de beelden. “Wat hebben die kinderen weinig”, zegt hij. Ik kijk op van mijn laptop. In beeld is een jongetje met een hongerbuik en vliegen op zijn gezicht. Normaal zou ik op zo’n moment weg zappen. Maar ik doe het niet. Ik kijk opzij om te zien hoeveel indruk alle ellende op de kleine man maakt. “Gemoord, geplunderd, verkracht”, zegt Katja.

“Hoe kan dat nou”, vraagt Colin. Zijn blik staat zorgelijk. Hij wijst naar het graatmagere jongetje.
Ik besluit me van de domme te houden. “Hoe kan wat?”

“Zulke dunne armpjes”, antwoordt Colin. Er klinkt een lichte barst in zijn stem. “Het lijkt wel alsof…” De rest van de zin slikt hij in. Hij laat zich langzaam achterover zakken in de bank.

Colin knabbelt nu droevig op een enkele Pringle. Wat een zegen, zo’n gevoelig neefje. Wat gaat er allemaal in dat hoofdje om? Ik besluit er nog een schepje bovenop te doen. “Arme mensen helpen”, zeg ik, “daar is héél veel geld nodig”. Veelbetekenend wrijf ik met mijn duim over mijn wijsvinger.

Stil en nadenkend kijkt Colin voor zich uit. “Hoe vaak krijgen die kindjes dan te eten?”
“Misschien één keer per dag”, antwoord ik. “Of minder…” Ik laat een goed getimede stilte vallen.
Colin slaakt een immens treurige zucht.

“Vind je dat niet heel erg?” vraag ik. Gevoelens van mededogen voor leeftijdgenootjes in arme landen mag je best wat aanwakkeren.

Ja, dat vindt Colin heel erg. Geschrokken tuurt hij naar de beelden. “Misschien moeten wij ze maar eten opsturen”, klinkt het dan hoopvol.

Dit zijn mooie momenten voor een oom. Ik wijs op het busje Pringles. “Ik denk dat ze dat heel erg lekker zullen vinden”.

Colins gezicht betrekt. Dan begint hij na te denken, een vinger aan de kin. Met voldoening kijk ik toe.
“Als ik mijn Pringles opstuur”, klinkt het beslist, “dan stuur jij toch wel je laptop op?”

Oeps.

Daar heb ik even geen antwoord op.

Daar zitten we dan. Colin propt snel de laatste Pringles naar binnen. Ik kijk naar mijn nieuwe laptop en besluit niet verder aan te dringen. Trouwens, op de andere zender is een herhaling van Baantjer. Ook leuk.

4 reacties op “Kansarme kindertjes”

  1. Ik heb hier keihard zitten huilen. Maakt jou neefje nog mee dat de wereld veranderd? Ik zie het een beetje somber in.
    Vriendelijke groeten,
    Fritz

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top