Kleedhokje

“Kom, dan doet papa je je sokken aan.”
Het is half vier. Buiten is het een druilerige herfstdag. Binnen, in het kleedhokje, begint een jongetje smartelijk te huilen. “Nee, niet die sok!”
“Allebei je sokken zijn hetzelfde hoor,” hoor ik een man zeggen. Zijn stem klinkt overdreven vrolijk. “Kijk maar naar die van mij. Zie je dat papa ook twee dezelfde heeft?” Daar denkt het jongetje heel anders over. “Die andere sok moet aan mijn voet,” klinkt het schril.
“Toe nou, ze zijn écht allebei hetzelfde,” sust papa, maar zoonlief luistert allang niet meer. Hij zet een keel op van jewelste. Het kleedhokje lijkt op zijn grondvesten te schudden.
“Nou, deze sok dan maar? Vind je dat wel goed?”

Vader en zoon verlaten het kleedhokje. Het is opvallend hoe vermoeid de man oogt. “Kom, dan gaan we naar huis.” Met zijn linkerarm omklemt hij een opblaasbare krokodil en een kinderrugzakje. Hij is vergeten zijn haar te kammen.

Zoonlief kijkt wreed om zich heen. Aha, een snoepautomaat. Hij trekt papa aan zijn hand.
Vader zucht. Hij heeft het zweet op de neus. “Straks als we thuis zijn, geeft mama je…”
“Een Mars. Ik wil een Mars!” Het jongetje trekt nogmaals aan de arm van zijn pa.

Als die niet meegeeft, kijkt de kleine man zijn vader bestraffend aan. Dan begint hij te huilen, met kleine schokkende schouders. Geen gekrijs, maar een zacht ingetogen gesnotter. Dikke, hete tranen. Dit kind is van alle markten thuis.

Papa aarzelt, maar vermant zich. Niet verliezen van een kereltje van zes. Vanuit de hoogte praat hij op zijn kleine spruit in. “Kom, we gaan lekker naar huis. Dat is toch fijn?”
Het gehuil van het jochie stijgt in toonhoogte. Zijn gezichtje kleurt rood en zwelt op.
Papa kijkt schielijk om zich heen. “Sven, toe nou.” Hij pakt zijn zoontje bij de hand. Maar Sven stampt, gilt en strekt zijn vrije armpje smachtend uit richting snoepautomaat. Het liefst lag hij woest trappelend op de grond.

Wat nu? De man zucht. Dan trekt hij zijn portemonnee en stopt, hannesend met de opblaaskrokodil, een euro in de automaat. Het gekrijs houdt abrupt op.

“Was ik nou ook zo vervelend toen ik zo klein was als jij?” vraagt de man terwijl binnenin de automaat een Mars in beweging komt.

De kleine keurt hem geen blik waardig. Er hangt een grote snottebel aan zijn neus.
“Wil jij later kinderen?” vraagt de man dan. Hij kijkt zijn zoontje vorsend aan terwijl hij de Mars uit de opvangbak haalt.

“Nee!” snottert het ventje. “Ik wil die Mars!” Het komt er beslist uit.
“Geen kinderen dus,” mompelt vader. Hij hurkt en geeft zijn zoontje de Mars. “Daar kan ik me best wel iets bij voorstellen. Krijgt papa ook een stukje?”
Echt niet.

9 reacties op “Kleedhokje”

  1. Toch stel ik voor het condoom minder te promoten, dan is de kans het grootst dat wij de kewle ejaculaties van Koelman kunnen blijven lezen.

  2. Sandra Kamps

    Die vader moet eens een echte vent zijn en bij zijn beslissing blijven. Hij heeft met zijn toegeven zelf een draak gecreëerd… geen medelijden met deze vader.

  3. Jan Koert

    Net zoveel Marsen laten eten tot dat hij kotsmisselijk is. Hoeft hij ze nooit meer (in de meeste gevallen.
    Ja, natuurlijk herkenbaar. Ik heb een van mijn dochter net zoveel ijs laten eten als ze wilde, heel veel ijs. Natuurlijk fors misselijk, mamma boos op pappa. Maar het gezeur was afgelopen om ijs (natuurlijk wel weer andere dingen, maar toch minder).
    Heel herkenbaar en ik kwam/kom bijna elke week wel in zwembaden (al bijna 20 jaar) Dochters die wedstrijdzwemmen leuk vinden.

  4. Even een herinnering boven halen: ik heb eens een documentaire gezien over Roemenië en in het bijzonder over de Securitate. Die agenten waren vrijwel zonder uitzondering opgegroeid in een weeshuis, waar asociaal gedrag en agressie beloond werden (orders van hogerhand).

    Zo’n generatie willen ze hier nu kennelijk kweken door de corrigerende tik te verbieden. 1984, here we come!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top