Kun jij het beter bij dagblad Metro?

“Ben jij beter dan onze vaste columnisten en wil je dat bewijzen ook?” Dagelijks krijg ik mail van aspirant-columnisten die zich de oproep van de hoofdredacteur ter harte nemen. ‘Meneer Koelman,’ mailen zij mij dan, ‘hoe bent u indertijd als onbekend columnist bij Metro aan de bak gekomen?’ Aan het eind van het mailtje volgt dan altijd de hamvraag: ‘wat raadt u mij aan, meneer Koelman, hoe kan ik uw hoofdredacteur het beste overtuigen van mijn kwaliteiten?’
Welnu, ik zou het niet weten. Ik kan slechts verhalen over mijn allereerste encounter met deze stronteigenwijze man.

We spreken elkaar in een café voor uitgerangeerde veertigers. De hoofdredacteur ziet er patent uit. Hij draagt een goedzittend pak van Armani met een subtiele krijtstreep. Op zijn hoofd prijkt een rond hoornen brilletje. Verder geen plichtplegingen of social talk. Een beetje hoofdredacteur komt direct ter zake. “Als jij een column voor ons schrijft, dan schrijf je voor onze doelgroep. Jongeren van 18 tot 34 jaar.”
Ik knik ijverig. “Veel studenten dus.”
“Maar dan niet dat gedoe van ‘in mijn tijd was alles beter’. Wat heb ik daar een pesthekel aan.” Hij kijkt me vorsend aan. “Hoe oud ben jij eigenlijk?”
“Ik heb jarenlang in studentenhuizen gewoond,” ontwijk ik de vraag. “Dus daar kan ik heel sappig over schrijven.” Ik buig me voorover om een A4’tje uit mijn kontzak te trekken. Een column over mijn eerste studentenhuis. Holle bordkartonnen wandjes scheidden de kamers. ‘s Nachts hoorde je de muizen trippelen. In de keuken deed een broodrooster dienst als muizenval omdat het metalen rekje waar de snee brood in moest, continu onder stroom stond. Het apparaat knetterde regelmatig. Dan hing er weer een geëlektrocuteerde muis in het rekje, de pootjes verwrongen in een vreemd soort spasme.
“Studenten die Metro lezen, wonen bij hun ouders thuis en reizen per trein,” doceert de hoofdredacteur. “Dus geen slappe verhalen over studentenhuizen graag.”
Het velletje dat al half uit mijn kontzak hangt, frommel ik snel terug. “Nee, natuurlijk niet.”
“Het traditionele dagblad heeft afgedaan,” vervolgt de hoofdredacteur. “Mensen lezen geen lange stukken meer. Daarom vertelt Metro haar lezers in twintig minuten wat er de vorige dag is gebeurd. Aan jou de taak álle lezers aan te spreken.”
Ik knik hoopvol.
“Waar denk je dan aan?”
Ik schrik. Ja, waar denk ik dan aan? Ik weet het niet. Mijn hersenen werken op topsnelheid. Aan seks misschien? Waarom aan seks? Misschien omdat ik altijd aan seks denk.
De hoofdredacteur leunt voorover. Hij kijkt me doordringend aan. “Nou? Waar zou jouw eerste column over gaan?”
Nu vooral geen stiltes laten vallen.
“Heel eenvoudig,” hakkel ik. “Over…” Dan stokt het. In mijn hoofd gebeurt niets. Leegte.
Het hoornen brilletje is nu heel dichtbij. De ogen van de hoofdredacteur priemen in de mijne. “Je eerste column? Nou?”
Onder mijn schedeldak komen twee hersenhelften tot een laatste stuiptrekking.
Treinen. Seks.
Mijn stem raspt. “Over… over een forens die zo vroeg naar kantoor moet dat hij… dat hij in de trein zijn ochtenderectie krijgt.”

Ik ben direct aangenomen.

15 reacties op “Kun jij het beter bij dagblad Metro?”

  1. Dus je bent binnengekomen met een erectie… Moet ik zeker eens proberen bij de eerstvolgende solicitatie.

  2. toch zou je verwachten dat een sollicitatie voor een scrijver schriftelijk zou gaan…..

    gaan ze nou de aspirant columnisten plaatsen op de lege vrijdagplek? Trouwens wel slim.. zo kom je aan een hoop gratis columns.

  3. Zo! Zo’n stronteigenwijze hoofdredacteur zou je toch heel wijs zijn eigen stront een keer in z’n smoel wrijven. En dan alleen maar omdat hij zichzelf ‘stronteigenwijs’ noemt. De lul.

  4. Lichte kost on a tropical day:
    Hij s Koel, have a beer!

  5. Vermakelijk verhaal uit de hoge hoed van Koelman, maar of het echt gebeurd is waag ik te betwijfelen. Hij was daar al columnist voordat Dijkgraaf hoofdredacteur werd. 🙂

  6. stemming stijgt,niveau daalt… zoiets ?

    hmm dat kan ik niet, met een erectie solliciteren. jammer…

  7. Wel kom eens aan koele man ,laat uw hoop nu varen
    Inkt op papier is wat rest,geen plezier in het lezen of een opkikker van formaat,zelfs een schone leugen ontbreekt.
    Mijn advies is vooral,schrijf advertenties die vieze zoals meestal.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top