Ober én stadswacht Boris Dittrich

Afgelopen weekend was D66-kamerlid Boris Dittrich voor een dag ober in Amsterdam. De hoofdstedelijke horeca kampt met een groot tekort aan personeel. Achthonderd tot duizend vacatures zijn er, en Dittrich wil daar – als politicus van het volk – graag iets aan doen.

Maar Amsterdam kent meer personele problemen. De afgelopen maanden heeft de gemeente er alles aan gedaan om nieuwe stadswachten te vinden, maar het heeft weinig uitgehaald. Zelfs het televisiespotje op de lokale zender, waarin een stadswacht onder het motto ‘jij maakt het verschil’ een beroving én een verkrachting verijdelt, mocht niet helpen.

Boris’ adelaarsblik scheert langs de grachten. Aan zijn middel bliept een portofoon die prima kleurt bij zijn donkergroen uniform. Stadswachten zijn de helden van de grote stad. Zij houden burgers af van sociaal hinderlijk gedrag en treden op tegen normvervaging. Mieters werk waar je maar liefst tweeduizend gulden bruto per maand voor vangt, en na zes jaar zelfs drieduizend gulden. Daar wil de populaire politicus graag ruchtbaarheid aan geven.

Met vaste tred patrouilleert Boris via het Spui richting Kalverstraat. De dag is nog jong. Trams rinkelen en mensen haasten zich naar hun werk. Nadat Boris bij de Aldi enkele achtergelaten winkelwagentjes heeft opgeruimd die de straat versperren, komt in de Kalverstraat een knalrode scooter aangeraast.

Signaleren, registreren en informeren! De populaire politicus bedenkt zich geen moment en springt wijdbeens voor het racemonster dat snerpend tot stilstand komt. Speedfighter staat er in zilverkleurige letters op. Zijn berijder is een puber met een basketballpetje en pokdalige wangen. Achterop zit een wicht met Bo Derekkapsel, gekleed in een zilverkleurig trainingspak.

Boris voelt zich groeien. Hij trekt zijn gezicht in een minzaam lachje. ‘Zo jongelui, waar zijn wij mee bezig?’
De jongen kijkt hem spottend aan. ‘Rot op, man. De volgende keer rij ik je finaal overhoop.’
Boris schraapt zijn keel. Kalm en waardig moet hij blijven. Niet ophouden bij de eerste de beste tegenslag. ‘Dit is voetgangersgebied. Daarom zie ik graag dat jullie verder lopen en voortaan…’
‘Luister eikel, jij hebt hier geen reet te vertellen. Helemaal niks.’ De jongen maakt aanstalten van zijn scooter te stappen.

Rondom hen klitten mensen samen. Gelukkig blijven ze op veilige afstand. Een Japanse toerist neemt een foto.
Zenuwachtig plukt Boris aan zijn portofoon. ‘Toch moet ik jullie verzoeken…’ Zijn stem slaat raspend over.
In “”n vloeiende beweging schiet de rechterarm van de jongen naar achteren en dan naar voren, om nog geen centimeter voor Boris’ neus tot stilstand te komen.

Boris slaakt een gil en deinst achteruit, weg van de vuist. ‘Boe…!’ sist de jongen en lacht. Achter hem giert het meisje het uit, snerpend en met lange uithalen, als een fluitketel die op het punt staat droog te koken.
De scooter raast knetterend verder. Boris knijpt in zijn handen om het trillen tegen te gaan. Mensen staren hem gelaten aan. Een enkeling schudt zijn hoofd. Het is alsof alles rondom Boris met een schok tot stilstand is gekomen. ‘Minkukel,’ zegt een vrouw.

In een steegje, een tiental meters verderop, probeert Boris minutenlang tot rust te komen. Nooit geweten dat ik zoveel poriën heb, denkt hij. Zijn hoofd bonkt en in zijn linker ooghoek roert zich een traan. Hij kijkt op zijn horloge. Tien uur pas.

Maar wacht eens even, had hij over een uurtje niet een heel belangrijke vergadering op het Binnenhof? Vast wel.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top