Onze jongens in Uruzgan

De missie in Uruzgan is begonnen. Nederlandse soldaten hebben zich ingegraven in hun compound in Tarin Kowt. Ze worden beschermd door grindwallen van 3,5 meter hoog, gepantserde slaap- en eetzalen en betonnen schuilbunkers binnen sprintafstand. Doel van de missie is wederopbouw en daarbij is de steun van de plaatselijke bevolking onmisbaar. Daarom gaan de Nederlanders de komende tijd in de directe omgeving van hun compound de wensen van bewoners inventariseren.

Hitte zindert over de vlakte. Door de poort van de compound rolt een YPR naar buiten. Het pantserrupsvoertuig, uitgerust met snelvuurkanon, schittert in de zon. Overal de geur van verse diesel. De motor ronkt, de grond trilt onder de rupsbanden. Dan zet het gevaarte zich in beweging. Woest zigzaggend – je weet het immers maar nooit met die Taliban – zet de YPR koers richting het dichtstbijzijnde dorpje.
Een honderdtal meters voor het gehucht mindert het pantserrupsvoertuig vaart, om uiteindelijk tussen twee uit keien opgetrokken hutten door, op een pleintje tot stilstand te komen. De motor stopt. Een Afghaanse man kijkt naar het pantserrupsvoertuig dat door een wolk woestijnzand wordt omsloten.

Ongeveer een halve minuut gebeurt er niets. De YPR staat er roerloos bij. De Afghaanse man loopt om het pantserrupsvoertuig heen. Hij kijkt omhoog, naar de geschutskoepel. Niets beweegt. Stilte. De wolk woestijnzand is gaan liggen. Vanuit het gevaarte zijn nu gedempte stemmen hoorbaar. “Waarom moet ik als eerste naar buiten?” klinkt het.
“Zeur niet. Ze zijn hier heel blij met onze komst.”
“O ja? Stap jij dan uit.”
“Ik?”
“Ja, jij!”
“Mooi niet.”
“Waarom niet?”
“Omdat ik jouw luitenant ben.”
“Precies. Jij dus voorop.”
“Ik voorop?”
“Ja, jij voert je manschappen toch aan?”
“Vanuit dit pantserrupsvoertuig ja. En manschappen aanvoeren betekent bevelen geven. Dus: jij gaat naar buiten.”
“In deze zandbak? Geen denken aan. Van minister Kamp moeten we proberen risico’s te vermijden.”
“Oké, ik weet het goed gemaakt, korporaal. We loten erom. Hoeveel vingers steek ik op in mijn broekzak?”
“Eeeh… drie.”
“Fout, het is vier, kijk maar. En nu uitstappen. Jij gaat die baarden hier alvast vertrouwd maken met onze aanwezigheid. En denk erom: smile and wave.”

Aan de achterzijde van het voertuig zoemt langzaam een grote hydraulische klep omlaag. Een jonge korporaal schuifelt diep voorovergebogen naar buiten, met de ogen knipperend tegen het felle zonlicht. De hitte slaat hem in het gezicht. “Holland!” roept de korporaal met vertwijfelde blik. Zijn ogen schieten als stekelbaarsjes heen en weer. “No Americana!” De korporaal plukt aan zijn kogelvrije vest en zwaait vertwijfeld naar een dorpeling die hem fronsend aankijkt. “En lachen verdomme!” klinkt het achter hem vanuit het rupsvoertuig.

Nog twee jaar te gaan. Dan is deze missie voor Nederland weer voorbij. Ik houd mijn hart vast. Steeds als ik aan onze jongens in Uruzgan denk, zie ik de Romeinen uit Asterix en Obelix voor me.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top