Rampdagen op het spoor

Ja, beste treinreiziger, het was me het weekje wel. Afgelopen dinsdag botsten op het station van Arnhem een passagiers- en een goederentrein op elkaar. Waarschijnlijke schuldige aan het ongeluk was de machinist van de goederentrein. Hij zou volgens ooggetuigen door rood zijn gereden. Een dag eerder was het ook raak op het centraal station van Rotterdam. Daar werd een goederentrein met containers whisky in de flank aangereden door een lege passagierstrein.

Het journaal opende afgelopen dinsdag met het nieuws van de treinbotsing in Arnhem. Zeker 31 gewonden! De meeste gewonden bleken een bloedneus te hebben omdat ze met hun hoofd tegen de banken waren gevallen. Uiteindelijk moesten elf reizigers zich in het ziekenhuis laten behandelen aan snij- en schaafwonden.

Twee treinongelukken in twee dagen. Nieuws dat nogal wat media-aandacht kreeg. Waarom eigenlijk? Was het vanwege de vele vertragingen die ontstonden als gevolg van beide botsingen? Ach ja, het is toch wat, forenzen die ‘s avonds een uur later dan normaal hun bord stamppot naar binnen werken. Voor je het weet, mis je Goede Tijden, Slechte Tijden nog.

Maar dat was natuurlijk niet de essentie van al die media-aandacht. De hamvraag luidde: ‘is het nog wel pluis op het spoor?’ Reizigersvereniging Rover (Reiziger Openbaar VERvoer) was er als de kippen bij. Een woordvoerder meldde zich zorgen te maken over de veiligheid op het spoor. “Eén botsing kan een keer voorkomen, maar we zijn bezorgd nu het twee keer achter elkaar gebeurt”. Rover drong daarom aan op grondig onderzoek naar de oorzaak van beide ongevallen.

Waar is rampenprins Pieter van Vollenhoven? Hopelijk geeft hij niet thuis. Wie er de statistieken op naslaat, begrijpt namelijk direct dat een grondig onderzoek nergens voor nodig is. Vorig jaar kwamen in het Nederlandse wegverkeer 817 personen om het leven terwijl meer dan 16.000 mensen zwaargewond raakten. Cijfers die indertijd bijna met gejuich werden begroet. Waarom? Omdat het een absoluut laagterecord is: elke dag – ik reken het u even voor – meer dan twee doden en 44 zwaargewonden op de weg.

Hoeveel treinreizigers kwamen in 2005 om het leven? Nul. Het aantal zwaargewonden dat jaar: zeven. Dus waar hebben we het over? Niet over het feit dat die twee ‘rampdagen’ op het spoor voor ‘wegbegrippen’ juist opvallend rustige dagen zijn. Ga maar na: geen doden, geen zwaargewonden. Wat wil een mens nog meer?

Welnu, daarover is Rover heel duidelijk. Er moet de komende jaren zes miljard euro worden geïnvesteerd teneinde het spoor beter en veiliger te maken. Afgelopen maand juni luidde de reizigersorganisatie ook al de noodklok. De loopafstand voor reizigers in het nieuwe stationsgebied van Utrecht is te lang. Passagiers die overstappen moeten namelijk een flink eind lopen. Ach en wee, je zou eens moe worden. Waar blijven die miljoenen?

Het klopt, reizen met de trein is geen onverdeeld genoegen. Bladeren op de rails, vierkante wielen, vertraging door nattigheid, door droogte, door koude, door warmte of desnoods door tegenwind – maar veilig is het wel.

Terwijl heel het land zich dinsdag opwond over bloedneuzen en het missen van GTST, belandde op de A16 een auto met drie inzittenden op de kop in een sloot. De bestuurder overleed bijna direct. Zijn vrouw werd samen met hun kind in zorgwekkende toestand in een ziekenhuis opgenomen. Zij overleed dinsdagavond. In Breda werd dinsdagmiddag op een druk kruispunt een fietser geschept door een auto. Het slachtoffer was op slag dood.

Zomaar drie doden op een dinsdag. En geen journaal dat er aandacht aan schonk. Eigen schuld, dikke bult, hadden ze maar de trein moeten nemen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top