Tijd van vergeving

“Met Johan van Gogh.”
“U spreekt met Jan Peter Balkenende. Ik zit hier met minister Donner en dacht: kom, laat ik eens bellen en vragen hoe het met u gaat.”
“Fijn dat u toch nog belt. Dit waarderen we echt heel erg. We hadden na de moord op Theo niets van u gehoord.”
“Dat betreur ik zeer. Daarom wil ik nogmaals benadrukken, dat ik met grote afschuw kennis heb genomen van de brute…”
“U moet namelijk niet vergeten dat er ook nog een jongetje van dertien is wiens vader is vermoord.”
“Mijn medeleven gaat vanzelfsprekend ook uit naar hem.”
“Wacht, ik geef u mijn vrouw even.”
“Dat is niet nodig. Ik wilde u slechts melden dat ik geschokt ben, en met ontsteltenis…”
“Met Anneke.”
“Eeeh… Dag mevrouw van Gogh.”
“Wat aardig dat u toch nog even belt.”
“Als het gaat om de brute moord op uw zoon Theo, dan is het uitdrukkelijk zo, dat ik met diepe ontsteltenis deze gruweldaad verre van mij werp. Vrijheid, solidariteit en respect zijn de…”
“Het ergste is het voor Theo’s zoontje. Die jongen voelt zich zo ontzettend klote.”
“Dat… is een karakterisering van een ernstig ongerief waarvoor ik evenwel de ogen niet zal sluiten. Ik ken mijn verantwoordelijkheden, laat dat volstrekt helder zijn. Mooi, dan ga ik nu weer aan het werk. Het land heeft mij…”
“Die jongen heeft zelfs geen zin meer in kerst. Theo zou hem meenemen op vakantie, maar dat kan nu niet meer.”
“Weet u, veel mensen brengen onder moeilijke omstandigheden de kerst door. Zo ook onze jongens in Irak. Daarom heb ik voor hen op cd een heel mooi gedicht ingesproken. Het heet ‘Nu zal het wel gauw gaan sneeuwen’. Zal ik het laatste couplet eens opzeggen?”
“Doet u maar.”
“Door een woestijn van eeuwen, vol boosheid en gevit. Rijden de drie kamelen, waarop elk een koning zit. Nu zal het wel gauw gaan sneeuwen, en dan wordt de wereld wit.”
“Dat is een mooi, maar ook wel een moeilijk gedicht.”
“Welnee! Die woestijn is Irak en die drie koningen, dat zijn de drie grote B’s: Bush, Blair en Balkenende. Dus uiteindelijk komt alles toch nog goed. Dat zegt dit gedicht eigenlijk. Is uw zoon uiteindelijk niet voor niets gestorven.”
“Meneer Balkenende?”
“Ja?”
“Waarom belde u niet eerder?”
“Waarom belde ik niet eerder. Welnu, uhm… Moment, minister Donner wil iets tegen u zeggen.”
“Mevrouw Van Gogh, u vraagt om een telefoontje van de heer Balkenende. Dan vraag ik u op mijn beurt: heeft onze premier een telefoontje van ú mogen ontvangen toen hij met een ontstoken voet in het ziekenhuis lag? Precies! Laten we derhalve de realiteit niet uit het oog verliezen. Dit is een telefoontje uit warmte en betrokkenheid, vanuit de boezem van het kabinet. Dan krijgt u nu onze premier weer.”
“Dag mevrouw Van Gogh.”
“Dag meneer Balkenende. Sorry dat ik u niet gebeld heb.”
“Maakt niet uit mevrouw. Gelukkig is het bijna Kerstmis. De tijd van vergeving.”

8 reacties op “Tijd van vergeving”

  1. Lekker cynische column. Heerlijk! Vooral Donner hóór ik gewoon zijn zinnetje zeggen. :->

  2. “Ik was in mijn agenda de laatste weken natuurlijk ook nog gehinderd door al het bilateraal overleg met een ENORM islamitisch land.”

  3. Treffend verwoord.

    Laat Balkenende en Donner datgene doen waar ze zelf zeggen goed in te zijn namelijk stoppen met dit Kabinet en weer gaan preken in de kerk.

  4. Leuk om te lezen, maar verre van realistisch weer. En net alsof iemand anders het beter zou doen, voor mij geen W. Bos iig.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top