Tweedehands lichaamsdelen

Laatst zag ik de Française Isabelle Dinoire weer eens op televisie. November vorig jaar werd zij te grazen genomen door haar eigen hond. Terwijl ze op de bank lag te slapen, viel het beest aan en scheurde met één gruwelijke haal haar neus, mond, kin en een deel van haar wangen af. Een revolutionaire operatie volgde, waarbij de 38-jarige Isabelle de neus, wang en kaak van een 46-jarige hersendode vrouw kreeg. Het herstel vordert gestaag. Elf maanden na de ingreep heeft Isabelle weer gevoel in haar lippen, neus en mond.

Rijst de vraag: hoe is het om elke keer wanneer je in de spiegel kijkt, het gezicht te zien van iemand die dood is? Alleen Isabelle weet daarop het antwoord. Makkelijk zal het zeker niet zijn. Neem nu de 50-jarige Nieuw-Zeelander Clint Hallam. Hij kreeg in 1998 een hand getransplanteerd. Na aanvankelijk blij te zijn met zijn tweedehands hand, bleek hij uiteindelijk toch niet met die – zoals hij het zelf noemde – “afschuwelijk dorre hand” te kunnen leven. Hij stopte met het slikken van afweerremmers, waarna de hand afstierf en uiteindelijk geamputeerd werd.

Of wat te denken van de 44-jarige Chinees die eerder dit jaar bij een ongeluk zijn penis verloor? Wat overbleef, was een misvormd stompje vlees van nog geen centimeter lang. De ongelukkige kon niet eens meer urineren – laat staan de rest. De oplossing leek zich aan te dienen toen de ouders van een hersendode 22-jarige jongeman toestemming gaven tot donatie van de penis van hun zoon. Na een meer dan vijftien uur durende operatie was de 44-jarige Chinees de eigenaar van een tweedehands penis. Daarna begon het wachten. Zou het lichaam de penis afstoten? Nee, het geslachtsdeel werd geaccepteerd en netjes van bloed voorzien. Ook alle zenuwbanen bleken te werken.

Toch werd de penis twee weken later alsnog geamputeerd. De man kon de gedachte niet aan dat hij straks zou rondlopen met het lid van iemand anders in zijn broek. Leidde zijn eigen penis bij tijd en wijle al een eigen leven, dat ding van die 22-jarige jongen zou dat zéker doen. Kortom: het lichaam accepteerde het donorweefsel wel, maar de geest niet.

Uit onderzoek blijkt dat ongeveer vijf procent van alle ontvangers van een donorhart van mening is dat de overleden donor ‘doorleeft’ in het lichaam van de ontvanger. Bekend is het relaas van de Amerikaanse Claire Sylvia. Zij kreeg het hart van een jongeman en beweert sindsdien allerlei karaktereigenschappen van hem te hebben overgenomen, zoals een plotselinge voorliefde voor fast food. Ze schreef er het boek ‘A Change of Heart’ over.

Wetenschappers vermoeden dat dergelijke ‘persoonsveranderingen’ cultureel bepaald zijn. We leven nu eenmaal in een cultuur waarin aan het hart allerlei bijzondere eigenschappen worden toegedicht. Echt onderzocht is dit fenomeen nog niet, maar aangenomen mag worden dat patiënten met bijvoorbeeld een donornier veel minder snel dergelijke gedachten zullen hebben.

Mensen met een donornier zijn nét wat rationeler, zo betoogt de Amerikaanse psychiater Owen Surman in een artikel uit 1989. Hij verhaalt over een vooraanstaand lid van de Ku Klux Klan die met spoed een nieuwe nier nodig had. Toen de man na de operatie hoorde dat zijn nieuwe orgaan afkomstig was van een zwarte donor, werd hij direct lid van de NAACP, een organisatie die zich sterk maakt voor de emancipatie van zwarten. Niet omdat hij zich met die nieuwe nier opeens ‘black’ voelde, maar gewoon… uit dankbaarheid.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top