You’re my friend

Ochtend in Caïro. Wat onwennig staan mijn vriendin en ik voor het Egyptisch Museum. Met boven ons een helderblauwe lucht bladeren we door onze reisgids. Af en toe kijken we wat om ons heen, een beetje sullig en onwetend, zoals alleen toeristen dat kunnen. Gelukkig zijn we niet de enigen, het plein voor het museum is vergeven van de dagjesmensen.

We worden aangesproken door een keurig heerschap. Een Egyptenaar, zo te zien. Hij glimlacht en heeft zijn handen ontspannen op de rug liggen. “Isn’t it a beautiful morning?”
Ik knik hem vriendelijk toe.
“Where are you from?” vraagt de man. Hij houdt zijn hoofd een beetje scheef en kijkt me onderzoekend aan.
“Holland,” zeg ik.
“Aaaah… Holland.” De man zucht verrukt. “My sister lives in Amsterdam. Do you know Amsterdam?”
Ik knik.
“Oelalah, Amsterdam!” De man lacht. “Amsterdam always good coffee. Don’t you think so?”
Mijn vriendin gebaart dat ze naar binnen wil, maar de vriendelijke meneer eist al mijn aandacht op. “In Egypt, we have famous tea!” zegt hij. Hij steekt zijn hand uit. “My name is Ismail. Please, let me invite you for a cup of real Egyptian tea.”

Zoveel gastvrijheid, het maakt me verlegen. Mijn vriendin knikt met haar hoofd richting museumingang. Ze keurt Ismail geen blik waardig. “Kom nou mee.”
“We kunnen thee bij hem drinken,” antwoord ik.
Ze kijkt me ongelovig aan. “Denk je dat nou echt? Hij moet iets van je.” Ze schudt haar hoofd. “Sukkel, zie je dat dan niet?”

Daar gaan mijn hakken al in het zand. “Ik ga thee drinken,” bits ik. Alsof je een vriendelijke Egyptenaar niet kunt vertrouwen. Ik ben er toch zeker zelf bij.
“Doe niet zo stom!” sist mijn vriendin, maar ik heb Ismail al breed lachend toegeknikt. “Yes, tea, please.”
Ismail is blij verrast. “It is just two minutes walk,” zegt hij. Ik loop met hem op. Ismail slaat zijn arm om mijn schouder. “You’re my friend,” lacht hij. Voor mijn vriendin heeft hij geen oog meer. Zij volgt mokkend in ons voetspoor.

Na een minuut of tien arriveren we bij een ietwat bouwvallig pand met een uithangbord aan de gevel. Ismail opent de deur en laat mijn vriendin en mij voorgaan. Een parfumwinkeltje. Mijn vriendin vloekt. “Hier komen we dus het komende uur niet meer weg.”

Acher ons gaat de winkeldeur direct in het slot. Dat is even schrikken, maar Ismail blijft de vriendelijkheid zelve. Hij heeft een volhardendheid waarvan een verkoper van beddenspreien in een touringcar nog heel wat kan leren. Vooral mijn weigering – ja, het kwartje is inmiddels gevallen – om ook maar één flesje parfum te kopen, ervaart Ismail als een dolkstoot recht door het hart. “But we are friends!?” roept hij wanhopig uit, beide handen tegen zijn borst drukkend. Nee, Ismail is niet boos, hij is verdrietig.

Zo bakkeleien we verder. We willen weg, maar Ismail weigert zijn nieuwe vrienden met lege handen te laten vertrekken. “Special gift with special price, because you’re my friend.” Kwaad schudden we van nee, maar na drie kwartier heb ik het helemaal gehad. Ik kies eieren voor mijn geld en koop twee flesjes namaak-Loulou. We mogen weer gaan, vrolijk uitgezwaaid door Ismail.

“Twaalf euro armer, maar een vriend rijker,” snauwt mijn vriendin me toe terwijl we teruglopen naar het Egyptisch Museum. Ik zeg niets. Wat verder komt een volgende Egyptenaar ons tegemoet. “Where are you from?” vraagt hij.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top