Naast me aan de bar zit een man van een jaar of vijftig. Licht voorovergebogen, grijze slapen en het colbert al wat sleets bij de ellebogen. Beleidsadviseur infrastructuur, schat ik hem in. Of iets anders met ruimtelijke ordening.
Als vanzelf raken we aan de praat. Hij blijkt net een week werkloos. Lullig ontslagen, na een traject. Toch lijkt hij er niet mee te zitten. “Alles gebeurt met een reden,” klinkt het monter, terwijl hij zijn glas net iets te nadrukkelijk op de toog zet. “Er ligt nu vast iets beters op me te wachten.”
Ik kijk hem aan. Hij gelooft het oprecht. Het universum heeft hem ontslagen omdat er iets beters wacht.
Het is een wonderlijk iets, dat geloof in betekenis. We lachen om Jehova’s aan de deur, maar zelf zijn we net zo. We houden onszelf voor dat het lijden niet willekeurig is. Een hogere macht strooit het onheil voor onze voeten. Niet in de vorm van kale rampspoed, maar als noodzakelijke stappen in het leven. Een soort van Masterplan.
Dus wordt een miskraam een teken van boven, een burn-out een les in wat écht belangrijk is en kanker een puzzelstukje in een briljant, maar voor ons stervelingen ondoorgrondelijk plan.
De realiteit is natuurlijk vele malen banaler. Het leven geeft en neemt zonder reden. Het bestaan is een chaos, geen choreografie. Vliegtuigen vallen uit de lucht, bedrijven gaan failliet, liefdes verdampen. Niet omdat een hogere macht ons op cryptische wijze iets duidelijk probeert te maken, maar omdat het leven nu eenmaal geen regie kent.
Want als ‘alles gebeurt met een reden’ waar zou zijn, dan zouden sommige mensen dus zijn geboren om zestig jaar later op een regenachtige dinsdagmiddag door een stadsbus overreden te worden. Dat is dan de clou van hun bestaan. Met de groeten van God, Allah en de Universele Energie. Allemaal gek op het micro-managen van Nederlandse levens.
“Alles gebeurt met een reden” is op zijn best een comfortabele leugen. Al snap ik de man naast me wel. De warboel van het bestaan is inderdaad eng. De gedachte dat je zomaar door rampspoed overvallen kunt worden, zonder reden of betekenis, is ondraaglijk. Dus ziet hij zijn leven liever als een Netflix-serie boordevol spannende plotwendingen. Eentje waarin hij de hoofdrol speelt en alles wat gebeurt dienstbaar is aan het scenario, inclusief spanningsboog en thematische samenhang. Zo creëert hij voor zichzelf betekenis in de chaos. Hij is, in zekere zin, de schepper van zijn eigen verhaal.
Zeven biertjes later hangt meneer dan ook aan de bel boven de bar. Hij geeft een rondje. “Op nieuwe kansen,” roept hij. Ook ik hef mijn glas. Niet omdat ik in zijn Masterplan geloof, maar omdat híj erin gelooft. En misschien is dat genoeg.
Het regent als ik even later naar huis wandel. Geen teken. Gewoon water dat uit wolken valt. Thuis bel ik mijn vriendin. Ze vraagt hoe mijn avond was. “Prima,” zeg ik. “Ik heb eindelijk God ontmoet. Hij heet Henk en werkt bij de gemeente.”

