Oranje dromenboekje

Nigel de Jong, directeur Topvoetbal, wil dat iedereen bij het Nederlands elftal zich voorstelt hoe het voelt om op 19 juli de wereldbeker omhoog te houden. “Manifesteren” noemt hij dat. Een term die vooral populair is onder vrouwen met een maansteen om de hals en een dromenboekje naast het bed. Het idee is dat je iets zó hard wilt en het zó levendig voor je ziet, dat het universum op een gegeven moment denkt: ‘oké, vooruit dan maar’. Daarom wil De Jong dat iedereen er heilig in gelooft, want “anders hoeven we niet te gaan.”

Al geeft hij wel eerlijk toe dat bijvoorbeeld Frankrijk, Spanje en Argentinië op papier een veel betere selectie hebben. Maar: “Wij slagen er als klein landje toch maar mooi in om met onze eigenwijze, creatieve manier van werken mee te draaien in de wereldtop.”

Ja hoor, daar is de Hollandse volksmythe weer: omdat we in een land wonen dat we zelf op de zee hebben veroverd, hebben we ‘iets’. En dankzij dat ‘iets’ zijn we slimmer en handiger dan de rest van de wereld. Het is een verhaal dat we onszelf sinds 1974 zo vaak op de mouw hebben gespeld, dat we erin zijn gaan geloven.

Wat dat ‘iets’ dan precies is, dat kan De Jong ook niet benoemen. Maar het bewijs is volgens hem 2010, de WK-finale tegen Spanje. Wel eentje die we kansloos verloren, maar een kniesoor die daarop let. We waren erbij! En dat is in dit land ongeveer hetzelfde als winnen.

Met dat ‘iets’ alleen redden we het dus niet, beseft ook De Jong. Daarom denkt hij dat niet het beste land wereldkampioen wordt, maar het fitste. “We moeten zorgen dat wij dat zijn.”

Alsof het WK in een sportschool wordt gehouden. Maar ik snap de gedachte: onze jongens hebben Messi nooit kunnen bijbenen met en bal aan de voeten, maar wie weet wel op de loopband. Daar ligt een kans, want het halve Nederlands elftal was de afgelopen maanden geblesseerd of zat op de reservebank. Onze jongens zijn dus, in de taal van De Jong, uitzonderlijk fit. Uitgerust tot op het bot. Zeker geen nadeel, want welke topspeler heeft na een slopend clubseizoen ooit echt geschitterd op een WK? Geen enkele.

Ik luister naar De Jong en denk: ja joh. Natúúrlijk worden we wereldkampioen. We worden elke vier jaar wereldkampioen. Totdat we worden uitgeschakeld door een land waarvan we het nooit hadden verwacht.

Maar dat zijn zorgen voor later. Tot de aftrap, op zondag 14 juni, is de werkelijkheid nog kneedbaar en hossen we massaal op de klanken van André Hazes en Wolter Kroes; twee zangers die precies weten hoe het voelt om wereldkampioen te zijn. Want het Oranjelegioen kan niet leven van feiten alleen. We hebben de heilige overtuiging nodig dat het dit keer écht gaat lukken.

Dat is geen optimisme, maar iets anders. Het is dat ‘iets’ waar De Jong zelf niet bij kon, maar dat zich prima in één zin laat vangen: voor elk WK ligt er weer een nieuw dromenboekje klaar.

Luuk Koelman
Luuk Koelman

Columnist (o.a. voor Nieuwe Revu), ghostwriter en schrijfcoach. Ik werk voor mensen die graag schrijven én voor mensen die liever niet schrijven.

Abonneer je op mijn gratis nieuwsbrief!