“Whatever it takes”

De ministers van de EU-lidstaten kwamen weer eens bij elkaar, ditmaal in Luxemburg. De oorlog in Oekraïne stond op de agenda. Het eerste agendapunt was de rosé. Zweden vond het moeilijk uit te leggen dat Russische toeristen nog steeds zorgeloos rosé kunnen drinken op een terras in de EU, terwijl Oekraïners op het slagveld sterven. Dat zou een dubbel signaal afgeven. Daarom voortaan geen toeristenvisum meer voor Russen, daarover was iedereen het meteen eens.

Toen was het tijd voor de lunch. Ik dacht: na de soep komt vast dat andere dubbele signaal aan bod; dat de EU nog steeds Russische energie importeert, vooral gas. Niet alleen in 2026, maar ook nog in 2027. Miljarden die rechtstreeks in de oorlogskas van Moskou stromen, terwijl Oekraïners op het slagveld sterven.

Maar daar ging het niet over. Waar het wél over ging, was welke Oekraïense vluchtelingen vanaf maart 2027 nog welkom zijn in de EU. Dan loopt namelijk de speciale regeling af die hen in staat stelt om te werken, te wonen en te studeren in de EU. Die regeling wordt verlengd, als het aan de aanwezige ministers ligt, maar dan wel met een flinke aanpassing: Oekraïense mannen tussen de 23 en 60 worden voortaan uitgesloten, want dat is daar de dienstplichtige leeftijd.

Oké, degenen die hier al zijn, mogen blijven. Maar alle anderen niet. Dus wie vorig jaar vluchtte en nu in Dresden een taalcursus volgt, die heeft geluk gehad. Maar wie straks vlucht, zal in de praktijk rechtsomkeert moeten maken. Want, aldus een van de aanwezige ministers, “de oorlog moet natuurlijk wél gevochten en gewonnen worden.”

Moet. Het is een prachtig werkwoord. Maar het wordt nooit vervoegd als ‘wij moeten’. Altijd als ‘zij moeten’. Om dat te verdoezelen, kwam EU-commissaris Brunner met een zinnetje dat sindsdien door mijn hoofd spookt: “Dat willen de Oekraïners zelf ook.” Het is dus geen wegsturen meer, maar een gunst. Ja, het wordt allemaal in nette taal verpakt. We doen het voor ú, dienstplichtige Oekraïner. U wilt dit immers zelf.

En daarmee is elk mentaal ongemak opgelost.

Twee besluiten op één dag. Officieel moeten ze nog worden goedgekeurd, maar de woorden “sterke steun” en “unaniem” vielen al. Russen mogen voortaan geen rosé meer komen drinken. En Oekraïense mannen die willen leven, mogen niet meer komen schuilen. De een weiger je toegang tot het terras, de ander stuur je terug naar het slagveld. Geen ‘kom binnen, hier in de EU kan u niets gebeuren,’ maar: ‘ga terug, dan bent u tenminste nog ergens goed voor’.

En dat was het dan, de bijeenkomst van Europese ministers in een vergaderzaal in Luxemburg. Whatever it takes, roepen ze graag. Maar dat “it” is opmerkelijk vaak een offer dat een ander mag brengen.
Toen was het tijd voor de afsluitende borrel. Alle aanwezige EU-ministers hieven het glas. Een rosé, schat ik zo in. Proost! Op de overwinning.

Luuk Koelman
Luuk Koelman

Columnist (o.a. voor Nieuwe Revu), ghostwriter en schrijfcoach. Ik werk voor mensen die graag schrijven én voor mensen die liever niet schrijven.

Abonneer je op mijn gratis nieuwsbrief!