Ik luisterde gisteren naar de podcast van The New York Times. Bijna twee uur lang zaten vier journalisten van de krant in het Oval Office met Donald Trump. Hij begon niet met een welkom of de woorden “ga zitten”. Nee, de president zwaaide met zijn mobiel en zei: “Gezien? Nummer één op TikTok!”

Het interview begint. De reporters stellen vragen over Venezuela, Groenland en internationale betrekkingen. Trump antwoordt zoals hij altijd antwoordt: in cirkels en met omwegen. Regelmatig dwaalt hij af naar compleet andere onderwerpen.
Dan drukt hij ineens op een rode knop op zijn bureau. Een deur opent en een medewerker zet een Diet Coke voor hem neer.

Later in het gesprek arriveert een tweede medewerker met drie maquettes van de nieuwe balzaal die Trump wil laten bouwen in de East Wing van het Witte Huis: een kleine, middelgrote en grote uitvoering. Over het grootste ontwerp, dat plaats moet bieden aan meer dan duizend gasten, zegt Trump: “Dit past meer bij mij, hè?” En daarna: “Ze zullen me dankbaar zijn.”

Ik probeerde me voor te stellen hoe dat eruit moet hebben gezien. De president van de Verenigde Staten die midden in een gesprek over kernwapens en militaire interventies verschillende schaalmodellen op zijn bureau zet, alsof hij een tuinhuisje aan het ontwerpen is.

Dan gaat zijn telefoon. Het is de president van Colombia, Gustavo Petro. De journalisten staan op, maar Trump gebaart dat ze kunnen blijven zitten. “Maar wel off the record, hè?”
Het telefoongesprek duurt bijna een uur. Petro praat als Brugman. Hij is overduidelijk bang dat zijn land dezelfde behandeling te wachten staat als Venezuela. Trump luistert en leunt achterover, nippend aan zijn Diet Coke.
Na afloop vraagt hij de journalisten of het interessant was. Daarna gaat het interview verder, alsof er niets is gebeurd.

De journalisten willen weten of er grenzen zijn aan Trumps macht. Of er iets is wat hem kan tegenhouden. “Ja,” zegt Trump. “My own morality, my own mind. That’s the only thing.” Het antwoord dat alle kranten haalt. De machtigste man ter wereld heeft een moreel kompas dat enkel naar zichzelf wijst.

Dan staat Trump op. Hij wil de journalisten het net gerenoveerde Witte Huis laten zien. De nieuwe marmeren vloer. De badkamer van Lincoln, opgeknapt met véél beter materiaal. “Ik ben geweldig in onroerend goed.”

Zo lopen ze door de gangen. Trump wijst naar schilderijen die hij heeft laten ophangen, naar plekken waar extra kantoorruimte moet komen. Hij praat over zijn plannen alsof hij een makelaar is. Buiten schemert het intussen. Eerder die dag schoot in Minneapolis een ICE-agent een demonstrante dood in haar auto. In het Witte Huis oreert de president over marmeren vloeren en balzalen.

Ik zette de podcast uit en ging even liggen. Het was stil in huis. Ik dacht aan Trump. En aan hoe bevredigend het moet zijn om enkel op een rode knop te hoeven drukken om te krijgen wat je wilt.

Luuk Koelman
Luuk Koelman

Columnist (o.a. voor Nieuwe Revu), ghostwriter en schrijfcoach. Ik werk voor mensen die graag schrijven én voor mensen die liever niet schrijven.

Abonneer je op mijn gratis nieuwsbrief!