Er bestaat een oude Europese traditie. Een kunstvorm die de laatste drie jaar tot in de puntjes is verfijnd: het moreel superieure zelfbedrog. Omgekeerde logica. De ene hand balt een vuist tegen Poetin, de andere stopt hem stilletjes geld toe.
Neem Oekraïne. Drie jaar oorlog, drie jaar solidariteit. En al drie jaar lang krijgen we te horen dat de EU de democratie in Oekraïne verdedigt met alles wat het in huis heeft. Vlaggetjes naast profielfoto’s van politici. Sanctiepakketten! Onwrikbare principes! Een epische vertelling over moed, vastberadenheid en steun van de EU. Stand With Ukraine!
Tot je de kale cijfers ziet. Het Centre for Research on Energy and Clean Air (CREA) bracht onlangs een onthutsend rapport uit: in 2024 kocht de EU voor €21,9 miljard aan Russische olie en gas, terwijl Oekraïne €18,7 miljard aan financiële steun kreeg. Iets om even te laten bezinken: de EU pompte, los van al het oude wapentuig dat het Oekraïne schonk, meer geld in het Kremlin dan in Kiev.
Intussen houdt de EU zichzelf voor dat ze Rusland economisch wurgt. Vandaar al die sancties op Russische olie, want dat is een principekwestie. Behalve… als diezelfde Russische olie wordt ingekocht door een land dat geen sancties tegen Rusland heeft ingesteld. Bijvoorbeeld India, China of Turkije. Daar krijgt de olie een extra raffinage, zodat er een nieuw etiket op het vat mag. En voilà, Russische olie wordt Indiase olie. Nu wél welkom in de EU – want ethisch verantwoord. Een kwestie van slim papierwerk en alternatieve handelsroutes.
Noem het politiek pragmatisme. Of Europese zelfhypnose. Hoe dan ook blijft de westerse moraal elastisch. De sancties zijn zo lek als een mandje, maar niemand dicht de gaten. Immers, zolang er administratieve mazen zijn, kunnen we onszelf wijsmaken dat onze principes intact blijven. Schande spreken van de uitslaande brand die oorlog heet, terwijl we er zelf keer op keer een scheut olie op gooien. En dan verbaasd zijn dat het vuur steeds weer oplaait.
De vraag is niet of we hypocriet zijn. Dat staat vast. Europese politici verachten Poetins oorlogsmachine, maar aan de pomp willen ze geen cent meer betalen. De reden? Boze kiezers zijn gevaarlijker dan een verre oorlog. We boycotten Rusland, zolang het ons economisch niet te veel pijn doet. We steunen Oekraïne net genoeg om ons geweten te sussen. Verwikkeld als we zijn in een oorlog die, als puntje bij paaltje komt, nauwelijks iets te maken heeft met vrijheid, maar alles met geld.
En zo leven we verder, in de comfortabele illusie dat een vat olie van origine verandert zodra het via een omweg binnenkomt. Morgen een nieuw sanctiepakket, overmorgen een verse olie-import. Ach, zolang de olievlek zich niet over ons geweten uitbreidt, blijft alles keurig schoon.