Femicide bekt lekker

Elke acht dagen, zo melden media plechtig, sterft in Nederland een vrouw door toedoen van haar (ex-)partner. Niet omdat ze een klootzak van een man had. Niet omdat een ruzie escaleerde tot iets onherstelbaars. Nee, ze stierf ‘omdat ze een vrouw was.’ Zo heet dat tegenwoordig: femicide.

Wikipedia noemt het ‘een haatmisdrijf tegen vrouwen.’ Amnesty International en het Openbaar Ministerie sluiten zich daarbij aan: vrouwen worden ‘vaak gedood omdat ze vrouw zijn.’ Alsof hun geslacht het motief is. En vrouwenhaat de enige verklaring.

Maar hoe weet je dat dan? Immers, haat is niet meetbaar en je treft het ook niet aan op de plaats delict of onder de nagels van het slachtoffer. Werd naast het lichaam een 536 pagina’s tellend haatmanifest gevonden? Verklaarde de dader een fanatiek vrouwenhater te zijn? Stond op zijn LinkedIn-profiel: ‘Vrouwen haten is mijn passie, vooral mijn ex’?

Nee hè, meestal niet. Haat is geen bewijs. Het is een interpretatie. Stel, een homoseksuele man vermoordt zijn vriend. Zegt het journaal dan dat het slachtoffer gedood werd ‘omdat hij man was’? Natuurlijk niet. Dan is het plotseling weer een incident. Geen patroon, geen systeem, geen haatmisdrijf tegen het mannelijk geslacht.
Of stel: een vader ontvoert zijn kinderen en neemt hen mee de dood in. Kopt de krant dan: ‘gedreven door kinderhaat’? Nee, ook niet.

Maar zodra een man een vrouw iets aandoet, treedt een compleet nieuw narratief in werking. Dan is het plotseling een structureel, ideologisch misdrijf. Vandaar ook dat woord: femicide. Klinkt als ‘genocide’ en dat is precies de bedoeling. Het suggereert iets grootschaligs. Niet één dader, maar een systeem. Niet één moord, maar een cultuur. Alsof er een verborgen oorlog gaande is.

Marketingtechnisch is dat natuurlijk briljant. Zeg ‘vermoord omdat ze een vrouw is’ en niemand hoeft meer iets uit te leggen. De dader is meteen een ideologische vrouwenhater. En het slachtoffer een martelaar. Dát verkoopt. Ook al dalen de moordcijfers al jaren, ook die op vrouwen.

En dus geven we het een naam die groter is dan de daad zelf: femicide. Dat bekt lekker in talkshows en Kamervragen. Het klinkt als iets waarvoor je wetten moet maken. Conferenties organiseren. Subsidies verstrekken. Dát is het succes van het woord. Het maakt van een persoonlijke tragedie een collectief schuldgevoel. Want als maatschappij willen we dat alles zwart-wit is. We willen schurken. Structuren. Symbolen. Alles liever dan de banale realiteit: dat vrouwen vermoord worden door zielige, psychisch onvolgroeide mannetjes die niet kunnen omgaan met afwijzing.

Want dat is het vaak. Geen haat. Geen ideologie. Het gaat om controle. Om een man die niet kan verdragen dat zij weggaat. Dáár zit het breekpunt. Niet in haar vrouw-zijn, maar in haar vertrek. In de paniek die ontstaat als zij opstaat, haar koffers pakt en hem negeert. Op dat moment grijpt hij het mes uit de keukenla. Niet omdat ze een vrouw is. Maar omdat ze niet meer van hém is.

Luuk Koelman
Luuk Koelman

Columnist (o.a. voor Nieuwe Revu), ghostwriter en schrijfcoach. Ik werk voor mensen die graag schrijven én voor mensen die liever niet schrijven.

Abonneer je op mijn gratis nieuwsbrief!