Geloof op wielen

Ergens in de Achterhoek, langs een recht stuk provinciale weg, staat een oude landbouwkar in de berm. Op die kar een bord, witgeverfd: ‘Jezus LEEFT! Geloof Hem.’ Dat LEEFT in enorme hoofdletters, alsof ergens halverwege het schilderen het geloof groter was geworden dan het bord zelf.

De eerste keer dat ik erlangs reed, lette ik nauwelijks op. Weer zo’n religieus bord van iemand die denkt: Nederland moet het weten. Maar na verloop van tijd begon ik vaart te minderen.

Elke week stond de kar weer iets schever in de klei, alsof hij langzaam bezweek onder zijn eigen overtuiging. De wind liet het houten bord sidderen, maar steeds bleef het nét overeind. Zoals iemand die z’n geloof allang kwijt is, maar toch elke zondag naar de kerk gaat.

Soms hing er mist over het land. Dan doemde de kar pas op het laatste moment op, als een openbaring. Auto’s raasden voorbij, het licht van de koplampen trok strepen over de tekst en dan sloot de nevel zich weer. Niemand leek er acht op te slaan.

Er zat iets triests in die onverschilligheid, maar ook iets moois. ‘Jezus LEEFT! Geloof Hem.’ Het was niet wát er stond, maar dát er iets stond. Iemand had dit gemaakt.

Ik zie twee mannenbroeders voor me, in een boerenschuur. De een met een kwast, de ander met een boormachine. Ze hebben dit afgesproken na de kerkenraad, of misschien bij de koffie na de dienst. Dit is hun bijdrage. Hun manier om te zeggen: wij zijn er nog.

Samen duwen ze de kar naar buiten. De oprit af, de weg op en de berm in. Het woord van God, klaar voor de wereld. Evangelie op wielen. De hoop dat hun boodschap gelezen wordt. Dat ze iemand raken, al is het maar een haastige passant.

Ooit was ik met mijn vader onderweg naar zijn broer, die in een verzorgingshuis zat. We reden langs een bord met de tekst ‘Jij bent kostbaar in Gods ogen’. Pa keek uit het raam en mompelde: “Je zou willen dat het waar was.” Een paar maanden later was hij er niet meer. Ik heb hem nooit meer kunnen vertellen dat ik hem kostbaar vond. Niet in Gods ogen, maar in de mijne. Dat is iets wat je niet zegt. Ik in elk geval niet.

Gisteravond laat ben ik eindelijk gestopt bij die kar. Het regende, maar ik stapte toch uit. Het houten bord was inmiddels kromgetrokken. ‘Jezus LEEFT!’ was nu nog maar half te lezen. Ik zocht naar een naam, een website, iets. Iemand die ik kon mailen om te zeggen: ik heb het gezien. Het heeft me niet veranderd, maar ik heb het gezien.

Er stond niets.

Terwijl ik de weg op draaide, keek ik in mijn achteruitkijkspiegel. De kar loste bijna direct op in de duisternis van het platteland. Wat restte, was de regen die dikke strepen trok over de achterruit.
Alsof Jezus huilde.

Luuk Koelman
Luuk Koelman

Columnist (o.a. voor Nieuwe Revu), ghostwriter en schrijfcoach. Ik werk voor mensen die graag schrijven én voor mensen die liever niet schrijven.

Abonneer je op mijn gratis nieuwsbrief!