God houdt niet van open-source

Welk besturingssysteem gebruikt God? Zuster Judith Zoebelein denkt er wel eens over na, maar de kloosterlinge die sinds 1995 verantwoordelijk is voor de website van het Vaticaan, durft de vraag niet te beantwoorden. “We weten het niet, maar wij gebruiken in ieder geval Linux.”

Het is een opmerkelijk interview dat de makers van Podtech.net met zuster Zoebelein hebben. Technologie implementeren in een bijna tweeduizend jaar oud instituut, dat is haar uitdaging. Ook spiritueel ziet zij veel overeenkomsten tussen it en geloof. Ze heeft het over het mysterie van God en het mysterie van internet. “Het mysterie van de mens is het mysterie van zijn Schepper. En internet is een uiting van dat mysterie.” Ook de tweede – spirituele – wereld mag zich vanzelfsprekend in haar warme belangstelling verheugen. Er is immers meer tussen hemel en aarde.
Aha, de tweede wereld! Daar willen de interviewers meer van weten. Ze vragen of zuster Zoebelein zich een kerk kan voorstellen in Second Life. Even valt de kloosterlinge stil om vervolgens heel voorzichtig te informeren: “second life? na de dood, bedoelt u?”

Helaas, zuster Zoebelein kent Second Life niet. Dus ook geen antwoord van het Vaticaan op de vraag hoe een virtuele zonde in Second Life zich verhoudt tot een zonde in de ‘echte’ wereld.

Het Vaticaan en Linux. De interviewers kijken er enigszins van op, maar voor mij is het een logische combinatie. Niet zozeer omdat nonnen op pinguïns lijken, maar omdat voor veel Linux-fans werken met Ubuntu net zo’n heerlijk mystieke ervaring is als bidden tot God. Voor hen is Linux niet het middel, maar het doel. De manier waarop Linux-fanatici recentelijk computerfabrikant Dell bestookten met het verzoek toch vooral pc’s met een voorgeïnstalleerde Linux-distributie te leveren, zegt al genoeg. Het is het fanatisme van de Jehova’s Getuige. Het geloof moet koste wat kost verspreid worden. Daarom al dat gratis evangelisatiemateriaal. Waar hebben we dat eerder gezien?

Maar goed, wat moet je anders? Windows dan maar? Alsof Microsoft het antwoord heeft. Daar gedragen ze zich als een stelletje halleluja-godsdienstwaanzinnigen, dat met het prevelen van een eigen mantra patch na patch na patch produceert. Het zou mij niets verwonderen als alle patches inmiddels groter zijn dan XP zelf, dus dat schiet lekker op.

En Apple? Nee, dank je vriendelijk. Bij hen moet ik altijd denken aan de EO Jongerendag. God is hip en Apple ook. Bij Apple is iedereen blij. Het verhaal van Apple is namelijk een blij verhaal. Een verhaal van hoop. Het verhaal van onze bestemming. Apple is de weg. Ja, ook u kunt vrij van zonde zijn. Apple heeft de zelfingenomen betweterigheid van Andries Knevel.

Dan toch maar Linux? Ik heb het geprobeerd. Ik heb Ubuntu op mijn oude laptop geïnstalleerd. Alle hardware werd herkend, behalve de wireless usb, die zelfs na uren prutsen met geen mogelijkheid aan de praat is te krijgen. Geen contact dus. Weer een middag voorbij en wat ben je opgeschoten? Niets.

Het is als een kerk inlopen en op een bankje gaan zitten in de hoop dat God zich een keer aan je openbaart. Urenlang wachten. Waar blijft dat Opperwezen? Helaas, geen contact. Weer een middag voorbij en wat ben je opgeschoten? Niets.
Het Vaticaan is dus helemaal voor open-source, maar de grote hamvraag blijft in het interview met zuster Zoebelein achterwege. Is God ook voor open-source?
Zelf denk ik van niet. Want wat deelt God nu met ons? Helemaal niets. We moeten er maar op vertrouwen dat Hij het beste met ons voorheeft. Geen enkel geheim wordt prijsgegeven. Het Opperwezen houdt zijn broncode lekker voor zichzelf.

Welk besturingssysteem gebruikt God dan? Laat ik eens een gokje wagen. Ik denk dat Hij op een blauwe maandag, tussen de soep en de aardappelen door, zijn eigen OS’je in elkaar heeft gedraaid. Iets dat in de verte nog het meest lijkt op Windows 3.11. Anders kan ik al die bugs in de schepping ‘mens’ niet verklaren. Het wachten is op een format c: van het Opperwezen. [eind]

1 reactie op “God houdt niet van open-source”

  1. Geachte heer Koelman,

    Als internetfanaat en beroepstheoloog heb ik bijzonder genoten van uw artikel.
    U vindt het jammer dat zuster Judith Zoebelein niet bekend is met het verschijnsel Second Life. Er kan nu geen antwoord worden gegeven op de brandende vraag of een “zonde in Second life zich verhoudt tot een zonde in de echte wereld.”

    Als internetfanaat en beroepstheoloog ga ik hier graag nader op in. Een ‘zonde’ betekent eigenlijk ‘een moreel foute’ handeling. Een van de zeven hoofdzondes is moord. Als de ene mens de andere vermoord, keuren we dit in bijna alle gevallen af. Moord is dus een moreel een foute handeling. Ik zei al dat we moord “in bijna alle gevallen” af keuren.
    Dus niet altijd. Als het gaat om zelfverdediging of onder invloed van medicijnen of drugs denken we anders over moord. We noemen het dan zelfs geen ‘moord’ meer, maar ‘doodslag’. Dat heeft ook juridische consequenties: op moord staat een veel hogere gevangenisstraf dan op doodslag.
    Om te kunnen bepalen of een bepaalde handeling zondig is (moreel ‘fout’), moet je eerst weten of de handeling een ‘morele handeling’ is.
    Het gaat dan om het bewust doen van een bepaalde handeling met een bepaald van tevoren beoogd doel, met kennis van mogelijke gewenste en ongewenste effecten. Als ik met een bijl inhak op mijn vriendin met het doel haar te vermoorden, en ik begrijp op dat moment ook daadwerkelijk dat ‘dood’ hier ook ‘op, einde, uit’ betekent, pleeg ik een morele handeling, een foute morele handeling. Als met iemand een grap wil uithalen door hem te laten schrikken en hij krijgt daardoor een hartaanval, dan is het effect van mijn handeling (dood) niet beoogd. Ik ben dus niet ‘fout’ bezig. Als ik echter weet dat mijn slachtoffer een zwak hart heeft én dat een heftige schrik slecht voor een zwak hart kan zijn, ben ik wel schuldig aan zijn dood. Ik had het namelijk kunnen weten dat mijn grap letterlijk ‘doodleuk’ had kunnen zijn.

    Tot zo ver ‘First Life’, nu naar ‘Second Life’. Of een digitale moord van de ene avatar (speler) op de andere een moord is (dus een afkeuringswaardige, moreel foute handeling) moeten we eerst kijken naar de intentie van de ‘moordenaar’ en de effecten van zijn ‘moord’ voor zover hij (of zij) dat van tevoren kan weten. De intentie van de digitale moordenaar kan zijn verveling of wraak, gewoon ‘experimenteren’ of de persoon van vlees en bloed achter het vermoorde, digitale karakter – via de moord op zijn avatar – persoonlijk raken. Als hij dat met voorbedachte raden doet, is de gevolgen van de moord op de avatar op de persoon van vlees en bloed voor de rekening van de eigenaar van de digitale moordenaar; en is dus moreel aanspreekbaar.

    Dit klinkt allemaal een beetje als al té theoretisch. Laat ik een voorbeeld geven. John heeft met zijn avatar John_72 veel succes op Second Life. Hij heeft veel aanzien, geld en bezittingen in zijn digitale leefwereld. John is in het echte leven verwikkeld in een scheiding en dreigt bovendien ontslagen te worden bij zijn werkgever. Michel is een collega van John in ‘First Life’. Hij weet zowel van zijn persoonlijk besognes als van zijn succes (als John_72) op ‘Second Life’.
    John heeft Michel verschillende malen verteld dat hij zijn leven als een mislukking ziet en dat ‘Second Life’ de enige plek is waar hij nog een beetje zelfvertrouwen kan opbouwen. Omdat Michel op Johns baan aast, wil hij hem graag zo snel mogelijk weg hebben.

    Willens en wetens begeeft Michel zich op een avond in ‘Second Life’. Hij zoekt de succesvolle John_72 op en vermoordt hem zonder blikken of blozen. (PS. Dit kan (nog) niet in ‘Second Life’, maar het gaat om het idee) De dood van zijn avatar – in combinatie met de stress van zijn scheiding en het komende ontslag – leiden bij John tot een zelfmoordpoging. Deze slaagt. Michel neemt Johns baan over.

    Is Michel verantwoordelijk voor de dood van John in ‘real life’? Kan hij aangeklaagd worden voor moord? Hij heeft toch alleen maar een digitaal poppetje, bestaande uit eentjes en nulletjes, vermoord? En John heeft toch de hand aan zichzelf geslagen? Hoezo moord? Zelfmoord: okee. Maar geen moord. Vanwege gebrek aan jurisprudentie zou geen enkele openbaar aanklager (in ‘real life’) het aandurven om Michel aan te klagen. Maar ons ‘morele kompas’ zegt ons haarfijn dat Michels gedrag wel degelijk van invloed is geweest op de zelfmoord van John. En dat Michel willens en wetens zijn kennis van de zwakke positie van John heeft misbruikt om er zelf beter van te worden.

    Hoewel het juridisch dus wel zal uitmaken of je iemand ‘op internet’ vermoord (een digitaal karakter dus) of dat je iemand ‘in real life’ het leven beneemt. Moreel gezien is het echter zo klaar als een klontje. De zelfmoord van John is Michel als moord aan te rekenen, hoewel deze laatste John met geen eigen vinger heeft aangeraakt.

    ‘First’ en ‘Second Life’ lopen door elkaar heen, zoals steeds vaker gebeurd op internet met blogs, hyves, online multiplayers, etc. En de jurisprudentie kakt er achter aan, zoals ze dat altijd gedaan heeft. Tot die tijd moeten we op ons morele kompas vertrouwen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top