Hoe ik mijn schrijfcarrière ooit begon

Ik loop er niet mee te koop, maar het is wel echt waar. Ik ben mijn schrijfcarrière ooit begonnen als corrector van damesromannetjes: Candlelight pockets. Dat was bij uitgeverij De Vrijbuiter, onderdeel van Audax, te Gilze.

Het was eenzaam werk. Naast de achteringang, in een provisorisch hok dat ooit dienst had gedaan als bezemkast annex portiersloge, zat ik te zitten en wortel te schieten. Als een zwerver sjokte ik hier langs kromme zinnen. Ik slingerde mezelf van komma naar komma, dolend door een woestijn van maagzuur opwekkende pulp.

Er liep een vreemde trilling over Samantha’s rug. De man aan het tafeltje kon het ook niet helpen dat hij er zo bijzonder aantrekkelijk uitzag. Eigenlijk was hij veel te aantrekkelijk voor haar gemoedsrust.

Nooit een pagina die de moeite waard was. Mijn werkende bestaan was versnipperd tot losse dagen die ik vulde in dit onherbergzame hok. Maar goed, ik had werk. Corrigeren zou ik. Boekje na boekje na boekje. Ik staarde naar mijn handen. Afgekloven nagels met rafelige randjes eelt. Roerloos rustten ze op het toetsenbord. Met mijn duim drukte ik enkele keren op de spatiebalk. De cursor hobbelde gelaten naar rechts.

Via het kuiltje in zijn kin gleed Samantha’s blik over de gladde, maar sensuele lijnen van zijn kaak. Hij was uiterst mannelijk, ruim één-meter-negentig lang en hij had brede schouders, smalle heupen en de soepele spieren van een geboren atleet. Dat kon ze zien aan zijn strakke, gebleekte spijkerbroek die om zijn heupen spande.

Verveeld duwde ik een rijtje lamellen opzij. De herfst zette vroeg in dit jaar. Opgestuwd door felle windvlagen cirkelden bladeren over de kaarsrechte wegen van het industrieterrein. Regen striemde tegen het raam. Dikke druppels volgden elkaars kronkelige spoor. Als lemmingen zochten ze hun weg. Eerst schokkend maar dan weer in volle vaart elkaar ontwijkend en aanrakend, om uiteindelijk op te lossen in de diepzwarte blubber onder het raam.

“Er is doorheen te komen, door de dag,” prevelde ik. “De eigen fantasie, daar draait het om.”
Ik liet de lamellen los. Met nietsziende ogen staarde ik naar de monitor voor me. Het gedrocht blikte kleurloos terug.

Hij had een rechte, aristocratische neus en hoge jukbeenderen. En hij had de tederste ogen die ze ooit bij een man had gezien. Ze waren dwingend en hypnotiserend. Zo sexy als de hel, lichtbruin met gouden vlekjes.

Behoedzaam draaide ik mijn stoel. Naast me aan de systeemwand hing een kurken prikbord. Er was een werkschema op gespeld. Een lange strook papier waarop de komende weken in brede kolommen waren uitgetekend. Ieder hokje vermeldde welke pockets wanneer gecorrigeerd moesten zijn. Wat niet af was, diende ingehaald te worden.

Achter me, naast de deur, stond een doos boordevol pas verschenen romannetjes. Daarboven hing een beduimelde poster. Een bovenmaatse kleerkast keek me grimmig aan. Ik staarde terug. Zijn achterover gekamde haar kwam samen in een lange staart die achter zijn rug verdween. Schouders als bielzen had hij, en een kaaklijn waar je probleemloos een liniaal langs kon leggen. In zijn armen hing een blondine bevallig te wezen, in een diep uitgesneden satijnen japon. Roomblanke huid, volle lippen en pronte borsten – in katzwijm had ze haar armen om zijn nek geslagen. Haar hoofd rustte tegen zijn ontblote bovenlijf.

Tijdloze liefde overwint het grootste onrecht,’ vermeldde het onderschrift in zwierige letters. ‘Candlelight, iedere maand vier nieuwe delen.’ Daarnaast prijkten de covers van vier boekjes: Gedeeld Verleden, Hartstocht en Verlangen, Een Zomer Lang en Verslavende Liefde.
Ik kneep mijn ogen tot spleetjes. Een fraai stukje natuur die twee. Volmaakt tot in het kleinste detail. Geen putjes, geen aders, geen rimpels, geen moedervlek – nergens was ook maar één rafeltje sinaasappelhuid te ontdekken.

Meewarig staarde ik naar de prent. Wat een borsten had dat mens. Je zou er bijna een erectie van krijgen. Dan mocht ik niet vergeten het raam open te zetten. Zo godvergeten klein was het hier.
 

Scroll naar top