Ik stond in de rij bij de Albert Heijn, met mijn oortjes in, toen ik Mark Rutte op de radio hoorde zeggen dat de afgelopen twee maanden respectievelijk 35.000 en 30.000 Russen waren gesneuveld in Oekraïne.
De vrouw voor me rekende af. Twintig euro en vijfenzestig cent. Haar pinpas werkte niet, ze probeerde het opnieuw. Het apparaat meldde dat de cijfers niet klopten.
Ik dacht: dat is grappig.
35.000 en 30.000. Twee keurige getallen, alsof Rutte even snel de kassabon voor het front had uitgeprint. Vervolgens ging het getal (65.000) op reis. Het dook op in kranten en op tv, werd in talkshows rondgepompt en kreeg zo de status van feit. Niemand vroeg waar het vandaan kwam, want hoe tel je doden langs een frontlijn van twaalfhonderd kilometer? En wie controleert dat? Blijkbaar deed het er niet toe.
Wat je minder hoort, is de wedervraag. Als Rusland duizend man per dag verliest, hoeveel verliest Oekraïne dan? In moderne oorlogvoering vallen de meeste doden niet door drones, maar nog steeds door granaten en raketten. Rusland beschikt al vier jaar over ruwweg vijf tot tien keer zoveel artillerie. En toch turft Rutte alleen de Russen. De Oekraïners staan niet op zijn bon. Die vallen buiten de administratie.
Je kunt je afvragen of het überhaupt uitmaakt. De cijfers zijn er niet voor de doden, maar voor ons. Om ons het gevoel te geven dat we weten wat er gebeurt. Dat er controle is en iemand mee telt. Rutte, blijkbaar. Maar buitengewone claims vragen om buitengewoon bewijs en dat heeft Rutte hier niet geleverd. Wat zonder bewijs wordt beweerd, kan zonder bewijs worden verworpen.
Die avond was de Britse premier Starmer op tv. Hij waarschuwde (“we have to be clear”) dat Rusland zich herbewapent en binnen vier jaar klaar kan staan om Europa aan te vallen. Daarna volgde de zin die bleef hangen: “Een vrede in Oekraïne zal de Russische herbewapening alleen maar versnellen.”
Een opmerkelijke redenering. Als vrede gevaarlijker is dan oorlog, dan is oorlog geen probleem, maar de oplossing. Dan gaat het niet langer primair om Oekraïense veiligheid, maar om het beheersen van Rusland. Een bestand wordt dan geen stap richting stabiliteit, maar een strategisch risico. Vrede wordt verdacht en oorlog krijgt zo een extra functie, want hoe langer Moskou vastzit in een uitputtingsoorlog, hoe veiliger Europa is. Dat Oekraïne in die logica vooral het terrein is waarop die uitputting plaatsvindt, blijft onuitgesproken.
De retoriek zelf is ook veranderd. In 2022 en 2023 werd ons verzekerd dat Rusland strategisch verzwakt, economisch geïsoleerd en militair uitgeput was. Nu, enkele jaren later, horen we dat datzelfde Rusland zich razendsnel herbewapent en binnen afzienbare tijd een directe bedreiging vormt voor ons allemaal. Twee verhalen die niet tegelijkertijd waar kunnen zijn. Maar ze worden wel allebei geloofd.
Ik liep naar buiten. Op het raam van de Albert Heijn hing een aanbieding: twee voor de prijs van één.
En weer dacht ik: dat is grappig.

