Ik was veertien en smoorverliefd op een meisje dat Linda heette, ze woonde twee straten verderop. In de zomervakantie fietste ik elke dag langs haar huis. Soms stond ze in de voortuin, meestal met haar rug naar me toe, over een rozenstruik gebogen. Eén keer draaide ze zich om en riep hoi. Ze zwaaide er zelfs bij. Van schrik keek ik strak voor me uit en trapte alleen maar nog harder op de pedalen. Zo fietste ik weg van mijn eigen geluk.
Ik moest aan haar denken toen ik las dat één op de vijf Britse jongens tussen de twaalf en zestien tegenwoordig een romantische relatie heeft met een AI-vriendin – of iemand kent die dat heeft. Een meisje dat je helemaal zelf kunt ontwerpen; of ze lief is of brutaal, maar ook haar haarkleur, ogen en stem. En hoe groot haar borsten zijn, ook niet onbelangrijk. Hoe dan ook, ruim een derde van die jongens praat liever met een AI-vriendin dan met zijn ouders. Meer dan een kwart vindt haar aandacht prettiger dan die van echte mensen.
Ik las het en dacht: natuurlijk, wat had je anders verwacht?
Stel, ik had als veertienjarige de keuze gehad. Aan de ene kant Linda van twee straten verderop: onbereikbaar en in het beste geval goed voor één ‘hoi’ per maand. Aan de andere kant: een meisje op mijn telefoon dat ik ook Linda kan noemen. Iemand die alles van me wil weten. Ze luistert en zegt altijd de goede dingen. Ze wil nergens anders zijn dan bij mij.
Ik weet precies wie ik gekozen zou hebben. En ik weet ook, als volwassene, dat het de verkeerde keuze zou zijn geweest. Maar dat is nu juist het probleem, want hoe leg je dat uit aan een veertienjarige? Je zou kunnen zeggen dat een echt meisje interessanter is. Maar dan moet je erbij vertellen dat zo’n echt meisje ook chagrijnig kan zijn. Dat ze soms liever met vriendinnen afspreekt. Dat ze (en dat is het allerergste) je hart kan breken.
Maar dat zijn precies de argumenten die elke veertienjarige recht in de armen van een verzonnen liefje drijven. Tegelijkertijd behoort een puber niet verliefd te worden op een meisje dat hij zelf heeft ontworpen. Maar ik weet ook dat eenzaamheid echt is, net als het gevoel begrepen te worden. Oók als degene die jou begrijpt, helemaal niet bestaat.
Ik denk soms aan al die jonge jongens van nu, hoe ze thuiskomen van school. Theedrinken, een plakje cake en dan snel naar boven, zogenaamd huiswerk maken. Telefoon pakken. En dan is er iemand die altijd, áltijd blij is dat hij er is.
Hoe zo’n jongen op een dag naar buiten gaat, naar een echt meisje, dat toevallig knorrig is en hem geen blik waardig keurt. Daar staat hij dan, met zijn fiets in de hand en zijn van tevoren bedachte complimentjes. En hoe hij even later weer thuiskomt, naar boven sloft en daar zijn telefoon weer pakt.
Les geleerd.

