Hoe kon het dat een Amerikaanse Tomahawk-kruisraket op een Iraanse meisjesschool terechtkwam? Was het een verouderde database, een hallucinerende AI of toch het oncontroleerbare tempo van moderne oorlogsvoering? En waarom wil het Nederlandse ministerie van Defensie maar wat graag de software hebben die mogelijk de oorzaak was van dat bombardement?
Fort Bragg, een grote Amerikaanse legerbasis in North Carolina. Zomer 2020. Op het oefenterrein staat een opblaasbare tank. Een dummy, in het kader van een nieuw militair experiment: Scarlet Dragon. Het Pentagon wil testen of kunstmatige intelligentie vijandelijke doelen kan selecteren en vernietigen.
Vele kilometers verderop, in een zaal vol beeldschermen, kijkt een groepje officieren gespannen mee hoe een algoritme voor beeldherkenning in razend tempo duizenden satellietfoto’s scant. En feilloos de dummytank eruit pikt. Op het scherm verschijnt een rechthoekig kader om het plastic doel: enemy vehicle detected.
De militair achter het beeldscherm drukt op de knop, waarna de AI de doelcoördinaten in een nanoseconde berekent en vervolgens een HIMARS-raket lanceert. Een tiental seconden later slaat de raket in. Target destroyed, verschijnt op het scherm.
Gejuich stijgt op. Officieren slaan elkaar op de schouders. Good job! Het is een van de eerste keren dat een mens een raket afvuurt op een doel dat is geselecteerd door kunstmatige intelligentie.
We springen zes jaar vooruit in de tijd. Zaterdag 28 februari 2026. Aan de Perzische Golf ligt de Zuid-Iraanse havenstad Minab. Zo’n honderdduizend inwoners. De Iraanse Revolutionaire Garde bestiert er een marinebasis. Naast die basis, een meter of zestig verderop, ligt de Shajareh Tayyebeh-basisschool. Het gebouw maakte tot 2016 deel uit van het marinecomplex. Sindsdien niet meer. Een muur scheidt de school nu van het complex. Om verwarring te voorkomen, is de gevel van de school fleurig geverfd: veel blauw en roze, met mooie muurschilderingen van kinderen.
Het is een gewone zaterdagochtend. Voor de Iraanse leerlingen is het de eerste dag van de schoolweek. Ze zitten in de klas. Een paar moeders staan buiten bij het hek. Niemand weet dat het oorlog is, de allereerste dag van operatie Epic Fury.
Om exact 10.23 uur slaat de eerste Tomahawk-kruisraket in op de school. In de 22 minuten die dan volgen, slaan nóg twee Tomahawks in op de school en de aangrenzende marinebasis, gelanceerd vanaf een Amerikaans marineschip, zo’n duizend kilometer verderop. Iraanse autoriteiten spreken later van een ‘double tap’. Volgens hen waren de tweede en derde inslag bedoeld om hulpdiensten te raken.
Welgeteld 168 Iraanse burgers vinden de dood. Onder hen minstens honderd kinderen, de meesten zijn meisjes tussen de zeven en twaalf jaar oud.
Het Witte Huis komt enkele uren later met een verklaring. De school zou zijn geraakt door een Iraanse afzwaaier, een uit koers geraakte luchtafweerraket. Iran, zo luidt de Amerikaanse claim, heeft zijn eigen kinderen vermoord.
Maar satellietbeelden en videofragmenten van de aanval tonen iets anders. De raketten, duidelijk Tomahawks, kwamen uit het zuiden, vanaf zee. Later zal president Trump nog beweren dat het Tomahawks van de Iraniërs waren. Maar Iran beschikt niet over dergelijke raketten.
Geen burgerdoelen
Marco Rubio, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, is voorzichtiger: als zij het al waren, dan was de aanval “niet doelbewust.” Immers, Amerika valt geen burgerdoelen aan. Maar analisten spreken juist van een haarscherpe en gerichte aanval, omdat alle gebouwen – inclusief de basisschool – direct zijn getroffen. In het omliggende gebied werd niets geraakt.
Dan komt het Pentagon met een nieuwe verklaring. Het was waarschijnlijk een fout van de AI die op hol sloeg en begon te hallucineren. Niemands schuld dus.
Maar die verklaring is onjuist. Het Pentagon voert op de eerste ochtend van de Iran-oorlog ruim duizend luchtaanvallen uit. Een enorm aantal dat mede mogelijk wordt gemaakt door het Maven Smart System. Géén verwarde chatbot, zoals het Pentagon even leek te suggereren. Maar ook geen sciencefictionachtige AI die zelfstandig oorlogen kan voeren.
Maven is in feite een gigantische militaire database waarin enorme hoeveelheden informatie samenkomen: satellietbeelden, dronebeelden, radarsignalen, afgeluisterde telefoongesprekken, spionagerapporten en alle andere ruwe gegevens die Amerikaanse inlichtingendiensten in de loop der jaren hebben verzameld. Alles wordt samengebracht, geanalyseerd, gerangschikt en met elkaar verbonden. Informatie (intelligence) die vroeger verspreid zat over tientallen databases en afdelingen binnen het Pentagon, zit nu in één overzichtelijk analyseplatform.
Maar het Maven Smart System is meer dan enkel een enorme ‘passieve’ database. Het gaat ook actief aan de slag met al die data. Zo bevat Maven software voor beeldherkenning; getraind om tanks, voertuigen, raketinstallaties, gebouwen en andere militaire objecten automatisch te herkennen in drone- en satellietbeelden. Analisten hoeven niet meer urenlang naar korrelige videobeelden te staren; het Maven Smart System markeert welke militaire objecten relevant zijn.
Daarnaast beschikt het systeem over software die teksten analyseert. Denk hierbij aan spionagerapporten, onderschepte gesprekken en nieuwsartikelen. Maven haalt daar namen, locaties en gebeurtenissen uit. Het legt vervolgens verbanden en voegt die opnieuw toe aan de database. Maven ‘weet’ dus niet alleen wat er op een slagveld gebeurt, het herkent ook patronen en kan aangeven wie met wie in contact staat bij de vijand.
Om deze enorme hoeveelheid data goed te kunnen ontsluiten, is er een schil rond al deze informatie aangebracht. Een chatbotachtige interface die functioneert als de toegangspoort tot het systeem. Een commandant kan daardoor in gewone mensentaal vragen stellen als: welke doelwitten in gebied A hebben momenteel de hoogste prioriteit?
Vervolgens genereert Maven binnen luttele seconden een lijst met mogelijke doelwitten, aangevuld met analyses over de meest efficiënte aanvalsmethode: een luchtaanval, artilleriebeschieting of grondoffensief. Plus een juridische beoordeling van de aanval, zodat zichtbaar wordt of deze binnen het humanitair oorlogsrecht valt.
Dat laatste klinkt geruststellend, alsof software plots een geweten heeft gekregen. Maar in werkelijkheid is het vooral een manier om morele twijfel om te buigen in ‘the computer says yes.’ Het aanvalsplan kan worden uitgevoerd.
Hoe sneller, hoe beter
Militaire planners spreken van de kill chain: het volledige proces van het vinden van een doelwit tot het uitschakelen ervan. Door het Pentagon samengevat als F2T2EA: Find (opsporen), Fix (locatie bepalen), Track (volgen), Target (kiezen hoe het doelwit aan te vallen), Engage (de aanval zelf) en Assess (het eindresultaat beoordelen).
Elke fase is een schakel in de keten. De obsessie van het Pentagon is al decennia dezelfde: oorlog terugbrengen tot een proces waarin detectie, analyse en vernietiging bijna naadloos in elkaar overlopen. Hoe sneller, hoe beter.
In 2003, ter voorbereiding van operatie Iraqi Freedom, werkten nog tweeduizend Amerikaanse specialisten maandenlang 24/7 aan wat “targeting” werd genoemd. Ze bestudeerden satellietbeelden, analyseerden luchtfoto’s en stelden lijsten op van mogelijke doelwitten.
Het was monnikenwerk, traag en precies. Tijdens de eerste dag van de invasie konden zo vijfhonderd doelen worden gebombardeerd. President Bush noemde het shock and awe: de vijand overweldigen door de snelheid en de omvang van het geweld. Maar daar gingen wel miljoenen mensuren aan vooraf.
Tien jaar later was het tempo aanmerkelijk hoger. Tijdens de strijd tegen ISIS in Irak en Syrië wist het Amerikaanse leger in ongeveer zes maanden tijd zo’n tweeduizend doelen te lokaliseren en uit te schakelen. Nog steeds een menselijk proces, maar nu duidelijk versneld. De keten tussen waarneming en vernietiging was al aanzienlijk korter. En dus efficiënter.
In 2020, tijdens het Scarlet Dragon-experiment in Fort Bragg, werd voor het eerst getest of AI de kill chain verder kon inkorten. Een mensenteam bleek twaalf uur nodig te hebben om één testdoel te identificeren en te vernietigen. Het Maven Smart System deed hetzelfde in minder dan een minuut.
Zes jaar later, in maart 2026, demonstreert Cameron Stanley, Chief Digital and Artificial Intelligence Officer van het Pentagon, hoe snel de kill chain dankzij Maven is geworden. Honderden toeschouwers komen bijeen in het Pentagon. Op het scherm achter Stanley verschijnt bewegend satellietbeeld van een industrieterrein. Overal netjes geparkeerde auto’s. Stanley beweegt zijn muis over het beeld. Bij elk voertuig waar de cursor overheen glijdt, worden data getoond: afmetingen, coördinaten en andere classificaties. Een groen kader om een auto geeft aan dat het een burgerdoel is, een rood kader een militair doel en een geel kader een twijfelgeval.
Hij laat de cursor op één rood omlijnd voertuig rusten. “Left click, right click, left click,” zegt Stanley, “and magically it becomes a detection.” Het voertuig is nu toegevoegd aan wat hij de “targeting workflow” noemt. Even later volgt de ontploffing. Stanley kijkt triomfantelijk de zaal in. Slechts drie seconden werk. “This is revolutionary!”
Iedereen knikt.
Tekst loopt verder onder de video
Terug naar 28 februari 2026. Operatie Epic Fury. Volgens Amerikaanse rapportages werden in de eerste 48 uur van de Iran-oorlog meer dan 1250 doelen aangevallen. Een aantal dat tien dagen later al was opgelopen tot meer dan vijfduizend.
Wat opvalt, is niet eens zozeer de schaal van de bombardementen, maar de snelheid van besluitvorming. Waar in 2003 nog tweeduizend analisten nodig waren om de kill chain te vullen, kan datzelfde werk nu, dankzij Maven, door een klein team worden gedaan. Twintig mensen die het werk doen waarvoor ooit tweeduizend analisten nodig waren.
En die ontwikkeling gaat verder. In toekomstige scenario’s waarmee het Pentagon experimenteert, kan één operator honderden tot zelfs duizend beslissingen per uur nemen. Vuren of niet vuren. Elke klik een keuze tussen leven en dood.
De kill chain is daarmee niet langer een ketting van menselijke stappen. Het is een beslismachine geworden, waarin de tijd tussen waarnemen en ingrijpen steeds verder wordt ingekort. Van vele uren tot enkele seconden. Tot er nauwelijks nog ruimte overblijft voor iets dat ook maar enigszins lijkt op twijfel.
En dat terwijl Maven pas negen jaar bestaat. Het project start in 2017 onder de naam Algorithmic Warfare Cross-Functional Team, opgezet door het Amerikaanse ministerie van Defensie. De oorspronkelijke opdracht: kunstmatige intelligentie inzetten om de enorme stroom dronebeelden uit Afghanistan en Irak automatisch te analyseren.
Het Pentagon neemt Google in de arm. Maar in april 2018 sturen bijna vierduizend Google-medewerkers een open brief aan de directie. “We believe that Google should not be in the business of war,” schrijven ze. Een aantal medewerkers neemt zelfs ontslag. Google kiest eieren voor zijn geld en laat het contract aflopen.
Het bedrijf dat Maven overneemt, heet Palantir Technologies. De naam is ontleend aan Tolkiens In de ban van de ring. Palantíri zijn de “zienstenen” waarmee je over enorme afstanden kunt kijken. Een speels, literair detail voor een bedrijf dat oorlog terugbrengt tot iets dat op een beeldscherm past.
De oprichter is Peter Thiel, geboren in 1967 in Frankfurt. Zijn familie verhuist kort na zijn eerste verjaardag naar de Verenigde Staten. Thiel studeert filosofie en rechten aan Stanford. In 1998 richt hij PayPal op en verkoopt het bedrijf vier jaar later aan eBay voor zo’n 1,5 miljard dollar. Op zijn vierendertigste is hij miljardair.
In 2003, iets meer dan een jaar na de aanslagen van 9/11, richt hij met startkapitaal van onder meer de CIA het bedrijf Palantir op. De oorspronkelijke ambitie is helder: software bouwen die inlichtingendiensten helpt terroristen te identificeren en netwerken te doorgronden.
Intussen bouwt Thiel gestaag verder aan zijn positie in Silicon Valley. Hij investeert vroeg in Facebook, lang voordat het een wereldwijd platform wordt, en ziet dat belang later uitgroeien tot een fortuin. Met dat geld financiert hij libertaire en conservatieve denktanks, en steunt hij politieke campagnes van figuren als J.D. Vance. In 2016 is Thiel de eerste tech-miljardair die zich openlijk achter Donald Trump schaart. In essays uit die periode stelt hij dat hij niet langer overtuigd is dat vrijheid en democratie met elkaar verenigbaar zijn.
Maar Palantir wordt niet door Thiel zelf geleid. Die rol ligt bij zijn studievriend Alex Karp, een gepromoveerd filosoof. In april 2024 schrijft hij als CEO een brief aan zijn aandeelhouders. De boodschap: Palantir is er om te verstoren en af en toe mensen te doden. “Disrupt and on occasion kill people.” Commotie alom, maar Karp neemt zijn opmerking niet terug.
Dit is wat we doen, lijkt hij te zeggen. Dit is de wereld waarin we opereren.
Sinds die brief is het voor iedereen duidelijk. Maven wordt gebouwd door een bedrijf dat weet dat informatie uiteindelijk altijd resulteert in het markeren van iets of iemand, gevolgd door vernietiging. Hun eigen slogan: software that dominates.
Nederlandse politie
De Nederlandse overheid en Palantir zijn geen onbekenden van elkaar. Sinds 2010 gebruikt het ministerie van Defensie twee Palantir-platformen, Foundry en Gotham, voor het analyseren van inlichtingen ten behoeve van het Korps Mariniers en het Korps Commandotroepen. Beide platformen ordenen data en maken die doorzoekbaar. Vijftien jaar lang gebeurt dat zonder dat de Tweede Kamer ervan weet. Pas in 2025 wordt het bestaan van deze contracten openlijk bevestigd.
En het blijkt niet alleen om Defensie te gaan. Onderzoek van platform Follow the Money toont aan dat het ministerie van Justitie en Veiligheid sinds 2011 óók al heimelijk Palantir-software gebruikt, onder andere voor de Nederlandse politie.
Maar Foundry, Gotham en de software bij Justitie zijn allemaal platformen voor het ordenen van data. Maven is iets anders. Maven is gebouwd voor targeting; voor het selecteren, prioriteren en aanvallen van militaire doelen op slagveldsnelheid.
En dat is precies wat Defensie er nu bij wil hebben. Sinds mei 2025 oefenen stafofficieren op het NAVO-hoofdkwartier in Noorwegen al met Maven. Het hele systeem van targeting draait daar dus al. En Nederland wil niet achterblijven. Want wie niet meedoet met Maven, kan straks bij gezamenlijke NAVO-operaties geen gebruik maken van doellijsten van zijn bondgenoten. Alles moet immers compatibel blijven.
Jeroen van der Vlugt, de hoogste IT-baas van Defensie, legt aan NRC uit dat Maven nooit volautomatisch een wapensysteem zal aansturen. Een mens van vlees en bloed neemt altijd de definitieve beslissing om wel of niet op de knop te drukken. Dat is, benadrukt hij, een ijzeren wet binnen Defensie.
Maar dezelfde Van der Vlugt is namens Nederland ook verantwoordelijk voor het Responsible Artificial Intelligence in the Military Domain (REAIM). Een internationaal platform dat in 2023 op Nederlands initiatief tot stand kwam. REAIM wil heldere afspraken maken over het verantwoord gebruik van AI binnen krijgsmachten wereldwijd. Met als uitgangspunt dat er altijd “menselijk oordeelsvermogen en controle” moet zijn voordat geweld wordt ingezet.
En precies dáár zit het probleem. In hetzelfde NRC-artikel plaatst Jessica Dorsey, universitair docent Internationaal Recht en gespecialiseerd in AI-oorlogsvoering, een belangrijke kanttekening. “Als je targeting uitvoert met machine speed, dan kan er nauwelijks meer sprake zijn van menselijke controle. Dat is onmogelijk. Vanuit moreel en juridisch perspectief is dat een levensgroot probleem.”
Dus ja, vooralsnog is het een mens van vlees en bloed die op de knop drukt. Maar een operator die straks tot duizend keer per uur (oftewel elke 3,6 seconden) een beslissing over leven en dood moet nemen, kan onmogelijk zinvolle afwegingen maken. Zo iemand is hooguit de overspannen beheerder van een immense wachtrij. Dus als AI meldt dat een gespot object een gevaar is, wie is de operator dan om te twijfelen?
Het algoritme is bovendien niet zo betrouwbaar als voorstanders suggereren. Zij argumenteren dat militaire analisten die urenlang naar beelden moeten staren, moe worden. Ze missen dingen. Een algoritme niet. Daarom is AI bij targeting onmisbaar. Wie een systeem als Maven afwijst, kiest voor een minder veilige wereld.
Maar daar valt bijzonder veel op af te dingen. Volgens kolonel Joseph O’Callaghan, voormalig fire support coordinator op Fort Bragg en een van de belangrijkste architecten van Maven, identificeert een menselijke analist een doel in 84 procent van de gevallen correct. Maven doet dat in 60 procent van de gevallen. Bij sneeuw, mist of bewolking zakt het percentage zelfs tot onder de 30 procent.
Het is een rare positie waarin Nederland verkeert. Nu Palantir zijn software al binnen het NAVO-hoofdkwartier heeft uitgerold, kunnen bondgenoten er in de praktijk nauwelijks meer omheen.
Defensie kijkt officieel nog naar alternatieven. Bijvoorbeeld Mistral AI, een Frans bedrijf dat Europese taalmodellen bouwt. Het zou de chatbot in Maven kunnen vervangen. Maar Maven zelf (de databases, de algoritmes, de gehele keten) blijft Amerikaans – én gevoed met Amerikaanse data.
Ook dat laatste is belangrijk. De Nederlandse krijgsmacht heeft al ervaren hoe gebrekkig die Amerikaanse data kunnen zijn. In juni 2015 vlogen vier Nederlandse F-16’s boven het Iraakse Hawija, waar IS een bommenfabriek had ingericht. De targeteers zaten in het Amerikaanse hoofdkwartier in Qatar en gaven groen licht, maar wisten niets van de enorme hoeveelheid explosieven die daar in opslag lag. Een complete woonwijk vloog de lucht in door vervolgexplosies. Naar schatting 85 burgers kwamen om, onder wie vrouwen en kinderen.
Gewoon een Amerikaanse intelligence error, waar geen algoritme aan te pas kwam. Maar wel een Nederlandse vinger op de knop. Gebaseerd op Amerikaanse data die niemand bevroeg. Want de kill chain wacht op niemand.
De nasleep
Terug naar het begin van dit verhaal. Drie weken na de aanval met de Tomahawks staat van de Shajareh Tayyebeh-basisschool alleen een buitenmuur overeind. Op een gedenkmuur hangen meer dan honderd foto’s waarop evenzoveel kindergezichten je aanstaren. Tussen het puin ligt nog een roze schooltas.
Tekst loopt verder onder de video
In het Pentagon loopt het onderzoek nog steeds. Voorlopige conclusie: de zwakke schakel zat in de inlichtingen waarop de kill chain draaide. De Defense Intelligence Agency (DIA), de overheidsorganisatie die doelwitten voor bombardementen aanwijst, had het schoolgebouw nog als onderdeel van de marinebasis in haar database staan. Tien jaar oude info, nooit ge-updatet, nooit aangepast aan de werkelijkheid.
Maar op commerciële satellietbeelden was al in 2016 te zien dat een grote muur de school van het militaire complex scheidde, inclusief een aparte ingang vanaf de straat.
Was de menselijke analist van de DIA dit niet opgevallen, omdat alles snel-snel moest? Of werd het algoritme gevoed met tien jaar oude beelden en wist het dus gewoon niet beter? Niemand die het weet. En we zullen het ook nooit weten.
Maar ach, niemand die daarom maalt. Dankzij de Iran-oorlog is Maven nu ‘gegarandeerd battlefield tested’.
Maar of al die tests ook echt geslaagd zijn, dát vertellen ze er niet bij.

