De laatste tijd stel ik me Donald Trump steeds vaker voor als een man die al zijn hele leven snakt naar een applaus dat nooit komt.
Je ziet het als hij praat over vrede. Dat doet hij niet zoals andere politici, op zachte toon en met zorgvuldig gekozen woorden. Trump praat over vrede zoals aannemers praten over een verbouwing: snel gefikst en goedkoop afgewerkt.
Op Truth Social somt hij met enige regelmaat alle landen op waar hij, naar eigen zeggen, vrede heeft gebracht. Israël en Iran, India en Pakistan, Congo en Rwanda, plus nog wat andere brandhaarden. “Ik verdien de Nobelprijs voor de Vrede meer dan wie ook,” schrijft hij dan mokkend. Zo van: Ik heb geleverd, dus waar blijft mijn medaille?
Maar Oslo belt niet. En dus valt hij Venezuela aan.
Dat klinkt tegenstrijdig, maar als je even nadenkt, klopt het perfect. Trump heeft het nooit over ‘de vrede bewaren’ of ‘een gewapend conflict vermijden’. Nee, vrede is voor hem het moment waarop hij besluit dat een oorlog voorbij is.
Maar je kunt geen oorlog beëindigen als je er geen hebt. Dus moest er iets gebeuren. Venezuela. De bevolking is er straatarm. Hun leider is een man met een snor die vroeger buschauffeur was. Een autocratische clown, niet te slim en niet te populair. Perfect dus voor een ‘regime change’. In de ogen van Trump is dat net zoiets als het vervangen van een douchekop. Je schroeft Maduro eraf en hop, een frisse democratie erop. En er zit een hoop olie, altijd een fijne bijkomstigheid.
Ik stel me voor hoe dat gaat, zo’n overleg in de Oval Office. Een reusachtige wereldkaart aan de muur. Pete Hegseth, de Minister van Oorlog, tikt met zijn aanwijsstok op een land. “Kijk, mister president, hier.”
Trump knikt. “Hoelang, denk je?”
“Eén nachtje bombarderen, hooguit twee. Dan stoppen.”
“Prima,” zegt Trump. “Zet maar op het lijstje.”
Want stoppen is belangrijk. Dat is het moment waarop hij met gespreide armen kan zeggen: het is voorbij. In Trumps hoofd is er vrede als de bommen niet meer vallen. Technisch gezien heeft hij gelijk. Dat er daarvóór misschien helemaal geen oorlog was en daarná alles in puin ligt, is enkel bijzaak.
Je ziet het tijdens interviews aan boord van de Air Force One. Die glans in zijn ogen. Oorlog voeren is voor hem net zoiets als golf spelen: een serieuze hobby. Dus blijft het niet bij Venezuela alleen. Colombia, Cuba, Iran en Mexico staan ook op zijn hit list. Groenland wilde hij kopen, maar dat ging niet. Dus is dat land nu ook toe aan een nieuw regime.
Gisteravond zag ik beelden van Colombia. Een vrouw die brood koopt. Ze belt haar zus, maakt zich zorgen. Straks, als de bommen vallen en weer stoppen met vallen, zal iemand in Washington zeggen dat hij vrede heeft gebracht.
Donald Trump. De ijdeltuit die de wereld in brand dreigt te steken, boos omdat hij de Nobelprijs voor de Vrede niet krijgt.
Als Oslo nú belt, kan Groenland misschien nog net gered worden.

