Mijn verslaving aan paprikachips

Ik heb helemaal niets met gewicht. Met mijn één meter drieëntachtig weeg ik al sinds jaar en dag precies vijfenzeventig kilo. Een mooi rond getal waar ik dik tevreden mee ben. Voor mij geen afzien voor de spiegel, geen geknijp in vetrollen en geen pens die me het zicht op mijn eigen tenen ontneemt. Mijn stofwisseling is een goed geoliede machine. Gelukkig maar, want alhoewel ik niets heb met gewicht, heb ik met eten des te meer.

Ik ben namelijk zwaar verslaafd aan chips. Mijn voorliefde gaat uit naar de paprikachips van Lay’s, voor mij de Rolls Royce onder de zoutjes. De ellende is alleen dat ik niet in staat ben een eenmaal aangebroken zak paprikachips weer weg te leggen. Steeds is mijn zelfbeheersing al bij voorbaat gebroken.

Die zak moet leeg, hoe dan ook, en als ik hem in een vlaag van opperste zelfbeheersing toch probeer weg te leggen, dan roept-ie me. Smekend en glinsterend: waarom wil ik hem niet meer? Dus blijf ik eten, ook al smaakt het me niet langer. Het eind van het liedje is dan altijd dat ik misselijk op de bank lig te wachten tot de maagkrampen weer overgaan.

Daarom besloot ik zo’n half jaar geleden mijn toevlucht te nemen tot de cold turkey-methode. Een oud maar beproefd recept. Ik haalde het spul simpelweg niet meer in huis en verklaarde mijn woning tegenover iedereen die het maar horen wilde tot non-chips-zone.

Er was geen weg terug meer, maar de ontwenningsverschijnselen bleven natuurlijk niet uit. Na een week had ik mezelf niet meer in de hand. In de supermarkt liep het zweet me in straaltjes over de rug en in bioscopen ging ik hyperventileren. Op verjaardagsfeestjes maakte ik mezelf compleet belachelijk. De hele avond liep ik te graaien en te schooien om tóch maar aan mijn shotje chips te komen. Voor andere gasten had ik geen oog meer en zij ook niet voor mij. Met iemand die zijn mond vol chips heeft, valt immers niet te praten.

Zo kon het niet langer, begreep ik. Er moest iets gebeuren, al was het maar om dit stukje met een happy ending af te sluiten. Maar ik ben niet afgekickt, ik ben niet in therapie gegaan en ben ook niet in de goot beland. Ik heb mijn afwijking geaccepteerd. Mijn omgeving kent mijn handicap. Als ik tegenwoordig op een verjaardagsfeestje kom, krijg ik al bij binnenkomst enkele jumbozakken paprikachips toegeworpen. Vervolgens dirigeert de gastheer me met zachte hand naar een stil hoekje, en daar heb ik dan steevast de avond van mijn leven.
Ik ben een gelukkig mens.

2 reacties op “Mijn verslaving aan paprikachips”

  1. Bob Kradolfer

    Luuk, de onderwerpen voor columns dienen zich met simpele dagelijkse dingen. Ik kan er ook niet van afblijven.
    Ik heb er ook een, hier volgt hij.

    Schuldgevoel

    Als de jaren gaan tellen dan moet je oppassen met ongezonde gewoonten. Het is prettig als je echtgenote erop let dat je gezond eet en drinkt maar ik vind het vaak ook lastig. In onze jonge jaren dronken we jenever, whisky, port en sherry onder het motto ‘als er maar alcohol in zit’.
    In de loop van de jaren zijn we onze gewoonten gaan aanpassen en aangemoedigd door wetenschappelijk onderzoek drinken we nu alleen nog maar wijn. Twee glazen wijn en vooral rode wijn is goed voor je aderen, zeggen ze. Dus zorg ik ervoor nooit vergeefs een greep in het wijnrek te doen. Als ik twee glazen wijn heb genuttigd en ik lonk naar de fles wijn dan voel ik mij toch wat ongemakkelijk als mijn vrouw zegt: ‘Weet je dat je er al twee hebt gehad?’ Ik voel me dan nog ongemakkelijker als mijn kleindochter ook nog een duit in het zakje doet met een opmerking: ‘Opa houdt van tempo.’
    Maar in zo’n situatie laat ik zien dat ik mijn eigen verantwoordelijkheid ken, pak resoluut de fles en schenk mezelf nog een klein bodempje in.
    Op de zaterdagmiddag krijgen we een ander ritueel. Ik mag dan graag zo rond een uur of vijf een medium sherry drinken. Ik doe dat in een wijnglas want dan hoef ik geen ander glas te pakken als ik overga op rode wijn.
    Zodra ik een bel heb ingeschonken weet ik dat ik betrapt zal worden en ik weet dat het commentaar op mij zal worden afgevuurd. Je zou het een vorm van masochisme kunnen noemen. Het eind van het liedje is dat ik geniet van de sherry maar mij daarna toch een beetje schuldig voel.

    Het doet mij denken aan de lessen over seksualiteit die wij op de middelbare school kregen. Ik zat op een katholieke school met fraters. De lessen over seksualiteit werden gegeven door een bruine pater, pater Franciscus. Nee, hij kwam niet uit de Antillen, hij droeg een bruine pij. Je weet wel zo’n bruine jurk met een wit koord langszij en blote voeten in sandalen. Hij had van die grote gele jubeltenen. Als je er naar keek dan deinsde je al achteruit. Maar goed, wij zaten natuurlijk met smart te wachten om te worden voorgelicht over seksualiteit door iemand die het alleen maar uit een boekje kon hebben opgedaan, dachten wij. Hij sprak over zelfbevlekking, iets dat wij masturberen noemden.
    Het maakte toch wel indruk want hij beweerde dat als je bewust een zaadlozing veroorzaakte je er in je latere leven verlammingsverschijnselen door zou kunnen krijgen. Om dat te voorkomen moest je deze zonde biechten. Ik maakte mij toch ernstig zorgen want de hormonen renden langs mijn rug heen en weer om een uitweg te zoeken. Maar goed, het heeft zich in de loop van de tijd allemaal op een realistische manier opgelost. Dat schuldgevoel heb ik echter te lang meegedragen.
    Oh ja, sherry vind ik lekker en ik ga me steeds minder schuldig voelen.

    Bob Kradolfer ©

  2. Ik hou ook heel erg van paprika chips. Ik woon in Zuid-Afrika en hier verkopen ze de smaak parika niet…

    Lays chips wordt hier wel verkocht overigens, alleen niet in de smaak paprika.

    Ik dacht eigenlijk helemaal niet meer aan paprika chips, maar na het lezen van je column weer wel…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top