stamkroeg-weemoed

Stamkroeg

We schrijven de late avond van een woensdag, al zou het ook iedere andere dag van de week kunnen zijn. In café Weemoed, een ranzig drinkgelag, weggemoffeld tussen de vele grand cafés die de stad rijk is, sukkelen de uren voorbij.

Sommige cafés zijn de laatste pomp voor de grens. Terminale drinklokalen die de geur ademen van houtrot en doodgeslagen bier. Plaatsen waar aarts-losers met holle ogen voor zich uit staren, worstelend met de vraag waarom ze godbetert ooit verwekt zijn.
Maar Weemoed is anders.

Weemoed ligt kilometers áchter die grens. Hier vegeteren de lieden die zo werkloos zijn dat ze in de supermarkt steevast de kassa met de langste rij kiezen. Wie bij hen uit een opeenvolging van zinnen een gesprek hoopt te destilleren, die komt bedrogen uit, want in café Weemoed zijn ouderdomsvlekken en geestelijke ontbinding niet aan leeftijd gebonden.

Zoals die ene kerel daar, al sinds jaar en dag vergroeid met de hoek van de bar. Een vol glas Palm staat voor hem en hij hangt er leeg overheen. Af en toe grinnikt hij wat, zachtjes lispelend tegen niemand in het bijzonder. Hij is zijn eigen beste metgezel. Voor hem is het leven één grote herhaling. Op goede dagen waggelt hij huiswaarts, op slechte dagen kruipt hij.

Als nieuwbakken student behoor je dat alles in één oogopslag te zien, mocht je er tijdens je introductieweek per ongeluk binnenstappen. Kijk eens rond en verwonder jezelf. Alleen wanneer je iemand wil feliciteren met een bestaan dat honderd keer niets is, is Weemoed the place to be. Laat het in hemelsnaam je stamkroeg niet worden.
 

3 reacties op “Stamkroeg”

  1. Nog meer weemoed:

    Weemoedts internationale

    ‘t Liefst trok ik helpend door de hele maatschappij:
    gaf ‘t jonge leven voor het welzijn in fabrieken,
    verlichtte hier wat leed en maakte dáár wat vrij.
    Bracht zo een kwinkslag aan de ongeneeslijk zieken.

    Ik sloeg mijn tenten op vóór Wilton-Feyenoord,
    Vermaakte ‘t werkvolk met wat leuke imitaties
    en gekke stemmetjes of schalkse declamaties.
    En stond met druivensuiker ‘s avonds aan de poort.

    Maar wáár ik kom slaan hele klassen op de vlucht:
    een werf stroomt leeg, een drukke helling wordt verlaten.

    Dan keer ik bitter weer, langs onverlichte straten
    en slinger troosteloos mijn feestneus door de lucht.

    ———————————————-
    uit: ‘Vanaf de dag dat ik mensen zag’, 2007.
    Schrijver: Levi Weemoedt

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top