vogels kijken met Jan Hanlo, een passie voor het leven (3)

Ja, lieve vogelvrienden, dat was even schrikken afgelopen week. Een mailtje van Lucas de Linkse L*l. Hij meldde me dat zijn baas niet tevreden is over de vogelcolumns. Of ik weer normale columns wil schrijven…

Dit lijkt me het juiste moment om hier, op deze plek, diep door het stof te gaan. Graag wil ik iedereen, en in het bijzonder de baas van Lucas de Linkse L*l, mijn oprechte en welgemeende excuses aanbieden. Wat ik tot nu toe schreef over vogelspotten, was beneden alle peil. Het voldeed in het geheel niet aan welke norm dan ook. Vogels verdienen zoveel beter. Hun beheersing van het luchtruim inspireerde de mens tot de uitvinding van de vliegmachine en de terugkeer van de Koekoek (Cuculus canorus) uit zijn overwinteringsgebied wordt alom begroet als een van de eerste tekenen der lente.

Voortaan maak ik van elke column een waar vogelfeest. Ik begin met een gedicht van Jan Hanlo, de dichter die zichzelf in 1969, terwijl hij een Meerkoet volgde, met zijn motor te pletter reed tegen een landbouwtractor.

De Mus

Tjielp tjielp – tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp – tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp

Tjielp
etc.

Op het eerste gezicht lijkt De Mus een gedicht zonder enige moraal. Wat wil Jan Hanlo met dit gedicht zeggen? Om zijn onderwerp zo dicht mogelijk op de huid te zitten, gebruikt hij de taal die de mus spreekt. Het is overduidelijk dat hij het woord tjielp aanwendt als allegorische personificatie. De lezer ziet de mus als het ware met onbekende bestemming voorbij huppen. Waar gaat dit beestje heen en – hierop door filosoferend – doet dat er werkelijk toe? Waarschijnlijk niet, want met de kreet tjielp richt de Mus zich met zijn snaveltje tot de kosmos. Met zijn pootjes is het diertje naar de aarde gericht. Het hart van de Mus zit daar precies tussenin. Dat is het ijkpunt. Deze harmonie van het vogellichaam komt op onverbiddelijke wijze tot uiting in het gedicht zelf. Laten we eens naar de Engelse vertaling van De Mus kijken:

The Sparrow

Chirp chirp – chirp chirp chirp
chirp chirp chirp – chirp chirp
chirp chirp chirp chirp chirp chirp
chirp chirp chirp

Chirp
etc.

Zoveel speelse ernst! Valt het de lezer op dat hier veel meer sprake van een Mus die zijn best doet het uiterste uit zijn bestaan te halen? Veel vogelaars zijn niet blij met deze vertaling omdat in hun ogen de Mus niet gezien mag worden als een prefiguratie van de slavink.

Terug naar het origineel. In hun diepste essentie symboliseren de woordjes tjielp die zowel in de eerste als tweede dichtregel door een liggende streepje van elkaar worden gescheiden, de ongelijke strijd van de vogel tegen de tijd. Een strijd die nooit te winnen valt. Zoals Sint Joris het verliest van de draak, is er uiteindelijk ook voor de Mus (als geabstraheerd wezen) geen verweer mogelijk. Immers, de dood ligt altijd op de loer.

Dit thema, geënt op het fin de siëcle-gevoel in België en Nederland, eind negentiende eeuw, geeft De Mus van Jan Hanlo een bijna mythologisch karakter. Dat geeft de dichter in zijn tweede couplet de vrijheid over te gaan tot een Italiaans staartsonnet. Een dichtvorm die voor iedere poëzieliefhebber dermate bekend is dat een eenvoudig ‘etc.’ volstaat.
Zeer fraai. Of, zoals Anja me in bed toefluisterde nadat ik haar ‘De Mus’ had voorgedragen: “Ik hoef het gedicht niet te begrijpen, het is mooi genoeg zo.”

1 reactie op “vogels kijken met Jan Hanlo, een passie voor het leven (3)”

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top