Willy van de Kerkhof en de kunst

Willy van de Kerkhof met twee kunstenaars in een legertank, het grote avontuur tegemoet. Wie zich de oud-international herinnert uit de jaren zeventig, fronst de wenkbrauwen. Willy speelde altijd voor PSV. Die jongen kwam uit Helmond en vond de rit op de fiets naar Eindhoven al een hele onderneming. Op het veld had Willy één opdracht: vort, achter die bal aan! Dat deed Willy altijd twee keer vijfenveertig minuten vol overgave. Hij rende de honderd meter in 10,5 seconden en sprintte via de vleugels elke tegenspeler aan gort.
Daarna ging het leven met hem aan de haal, want Willy was nogal in zichzelf gekeerd. Hij voetbalde omdat de Jostiband nog niet bestond. Anders had hij zeker furore gemaakt op de triangel.

En nu zit Willy dus in een oranje legertank. In elkaar gedoken, met het hoofd tussen de knieën geklemd. Alles schudt en trilt. Willy vindt dat machtig mooi. Het geronk van de motoren, de geur van verse diesel.
Na een uurtje of vier, terwijl de tank met zestig kilometer per uur over de vluchtstrook dendert, wil Willy ook wel eens zijn hoofd uit de geschutskoepel steken. Maar dat mag niet van de kunstenaars. “Straks misschien.” Willy knikt gelaten. Ja, straks, in Nürnberg, dan komt hij aan de beurt. Oranje heeft hem nodig. Hij is het geheime wapen.

Alles verloopt volgens plan. De Duitse politie vraagt de kunstenaars vriendelijk of het mogelijk is om te keren en terug naar Nederland te rijden. De tank zou wel eens voor oponthoud op de weg kunnen zorgen. “Zou wel eens”. De agenten staan blijkbaar open voor discussie, maar beide kunstenaars draaien alweer om. Opvallend gedwee zijn ze.
Wat is er toch aan de hand? Weer wil Willy even zijn hoofd door de geschutskoepel naar buiten steken, maar de kunstenaars duwen hem terug. “Nee Willy, af! Nu even niet.”

De legertank is inmiddels weer onderweg naar Nederland. Het kunstproject is nu halverwege. Binnenin zit nog steeds Willy en hij weet van niets. Alles doet pijn, naast hem buldert de dieselmotor, maar hij is een doorzetter. Willy geeft niet op. Hij is het geheime wapen. In elkaar gevouwen wacht hij op het moment dat hij in het stadion van Nürnberg uit de legertank mag springen. Wat zullen de mensen opkijken!
“We zijn er bijna Willy! Nog maar 28 uur te gaan!”

Willy als levend kunstwerk. Zondagavond is de onthulling, ergens op een verlaten grasveldje in Helmond Noord. De legertank met daarin de ex-international, een even abstract als onvergankelijk monument. Eerst nog door tien millimeter dik pantser aan het oog onttrokken, maar dan, om klokslag negen uur, in volle glorie uit die geschutskoepel omhoog rijzend. Willy, het geheime wapen, kantelend in het tegenlicht, groots in detail. “Tadaaaa…!” Dat goeiige, in het avondrood glimmende hoofd, die kinderlijke blije lach terwijl twaalfhonderd kilometer verder het fluitsignaal van de aftrap klinkt. Die anderhalve seconde voordat de realiteit doordringt, dát is kunst. Ik kan daar nu al van in vervoering raken.

5 reacties op “Willy van de Kerkhof en de kunst”

  1. Briljant hoor, een verwijzing naar de Jostiband. Als je het effe niet weet als columnist, pak je er gewoon wat mongooltjes bij. Altijd lachen!

  2. Franeker Zeven

    Hèhèhè! Kan het niet helpen, maar moet daar toch hard om lachen, om die josti-opmerking. Ligt meer aan Willy dan aan het orkest hoor. 😉

  3. Ja Marieke, columns van Keolman vereisen wel enige fantasie van de lezer. Als je je dat hoofd van Willy die uit de tank omhoog komt nietkunt voorstellen…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top