Het perron

Ik droomde dat ik midden in de nacht op een compleet verlaten station stond. In het vale schijnsel van een enkele lamp zag ik op het perron tegenover me mijn moeder staan. Haar kleine blauwe reiskoffer stond naast haar. Ze zwaaide naar me.

Naast me stond een conducteur. Hij droeg een witte doktersjas.
“Hoe kom ik op het andere perron?” vroeg ik.
“Dat gaat niet,” antwoordde de conducteur, “dit station kent geen onderdoorgangen.”
Een trein stopte, pal voor mijn neus. De deuren zwaaiden open. “Stap in,” zei de conducteur.

Het volgende moment zat ik in de trein. Deuren sloten. De trein zette zich langzaam in beweging. Ik drukte mijn gezicht tegen het raam. Daar stond mama. Ze zwaaide en zwaaide, tot ik haar niet meer zag.

Opeens was het licht. De conducteur kwam mijn kaartje knippen, dat ik helemaal niet had. Maar dat was niet erg, mits ik zijn zin goed afmaakte.
Sleep is a station,” sprak de conducteur.
Life is a train,” antwoordde ik.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top