Prince snapt het, Plasterk niet

Prince is een webpionier. Hij was in 1997 de eerste popartiest die via internet zijn muziek ging verkopen. Nu zet hij zijn website achter een abonneeslot. Wie 77 dollar per jaar betaalt, krijgt toegang tot de site van Prince. Dat levert de abonnee alle nieuwe en nog uit te brengen albums van Prince op, een lading foto’s en filmpjes, meekijken bij concerten via een livecam en voorrang bij de voorverkoop van concertkaarten.

En wie niet betaalt? Die krijgt alleen een stel ‘teasers’ te zien, meer niet. Die Prince. De stap die dagbladen niet durven te nemen (content achter een abonneeslot), zet Prince in een vloek en een zucht. En het werkt. Het Amerikaanse tijdschrift Variety schat dat wereldwijd ongeveer een miljoen mensen lid zijn van Prince’s website. Dat is dus 77 miljoen dollar omzet per jaar. Tel uit je winst. Zo bewijst Prince datgene wat de meeste mensen niet geloven: internetters zijn bereid te betalen voor unieke content.

Grappig om met die kennis in het achterhoofd het opiniestuk van Thomas van Aalten op weblog Sargasso te lezen. Van Aalten is docent Crossmediale Journalistiek aan de Hogeschool van Amsterdam. In zijn stuk noemt hij het laten betalen voor content “even simplistisch als zinloos”, want “als de consument moet betalen, haakt hij af”.

Is dat zo? Is Prince de uitzondering die de regel bevestigt? Nee. Betalen voor unieke content is juist zo oud als het internet zelf. Dé bedrijfstak waardoor internet groot is geworden (inderdaad, de seksindustrie) drijft sinds jaar en dag op content waarvoor de creditcard moet worden getrokken. Gratis sekssites, torrents en bestandshosters als Rapidshare veranderen daar weinig aan.

“Ja, oké”, hoor ik de lezer mompelen. “Maar Prince is zo enorm beroemd, dat is echt een uitzondering. En seks is seks. Dat kun je niet met dagbladen vergelijken”. O nee? Hoe zit het dan met de gerenommeerde Amerikaanse krant The Wall Street Journal? Dit dagblad heeft net als de website van Prince één miljoen betalende webabonnees. En deze herfst start de krant met een microbetalingssysteem voor niet-abonnees die krantenartikelen willen lezen. Een aanpak die wel eens heel goed zou kunnen gaan werken. The Wall Street Journal weet wat zij doet, online. De krant heeft zich al bewezen. Alleen al in 2008 verdiende zij meer met haar website dan met de printeditie.

In Nederland is men vreemd genoeg ziende blind voor deze ontwikkelingen. Ze worden wel waargenomen (tenminste, dat mag je hopen), maar er wordt niets mee gedaan. De Commissie Brinkman komt in haar advies niet verder dan een heffing op internetaansluitingen om kranten financieel te helpen. Minister Plasterk weet het ook niet. Hij wil dat pers en omroepen meer gaan samenwerken. Dat je daarmee niet de oorlog wint, bleek wel toen Plasterk in De Wereld Draait Door zijn plannen mocht toelichten. De minister (vanaf 4:30 minuut) bleef steken in open deuren en gemeenplaatsen.

Het was bijna sneu om te zien, maar ik moest pas echt even gaan liggen toen ik zijn 27 kantjes tellende beleidsreactie (pdf-alert) op het rapport van de commissie Brinkman las. Mijn hemel, die Plasterk is de Wim Kok 2.0 in eigen persoon. Check pagina 26: “op internet zijn er grootverdieners als nu.nl en Google”.

Los van het feit dat iedere vergelijking tussen nu.nl en Google compleet mank gaat; nu.nl zégt winst te maken, maar cijfers worden niet gegeven. Dus hoezo is nu.nl een ‘grootverdiener’? De minister roept maar wat. Dat doet Matthijs van Nieuwkerk, zelf nota bene oud-hoofdredacteur van het Parool, touwens ook: “niemand vindt het ei van Columbus uit” laat hij Plasterk weten.

Ik begrijp daar echt he-le-maal niets van. Betalen voor unieke content is een online businessmodel dat zichzelf allang bewezen heeft.

En wat doen de Nederlandse kranten online? Het Algemeen Dagblad voert een restyling door waarna geen enkele oude hyperlink meer werkt (alles wordt geredirected naar de homepage van ad.nl). De Volkskrant, Trouw en NRC verkopen flessen wijn, dvd’s en andere meuk. De Telegraaf plempt haar website vol met Google Adsense. Het is paniekvoetbal in optima forma.

Geen wonder dat kranten in Nederland op sterven na dood zijn. De reden: een chronisch gebrek aan lef. Waaraan het de dagbladen ontbreekt, is de moed het roer om te gooien. Het huis staat in brand, het springkussen dat ‘abonneeslot’ heet, ligt voor de deur, maar ze durven simpelweg de sprong niet te wagen – zelfs niet gezamenlijk. Liever blijven ze in de vuurzee zitten met een natte doek op hun hoofd waarop met grote letters ‘flesje wijn kopen?’ staat.

8 reacties op “Prince snapt het, Plasterk niet”

  1. Helemaal goed. De nederlandse “kwaliteitskranten” werden in het oude model al links en rechts ingehaald en waren op sterven na al dood. De laatste klap valt binnenkort en opent de markt voor wat nodig is: vers bloed. Nu de muziek en film industrie nog.

  2. Goed verhaal, kleine aanvulling. Mijn eigen krant, het NRC, kent gedeeltelijk wel een afscherming. Die content is alleen toegankelijk voor abonnees van de papieren editie met een profiel of mensen met en webabonnement. Het biedt meer online artikelen en ook de digitale editie van de krant, waar ik zelf regelmatig gebruik van maak bij het doorsturen van artikelen. Toegegeven: halfslachtig, maar een begin.

  3. han van mourick

    lekker zeg, ken ik al me nep visite kaartjes van de door mij niet geleverde kranten wel weggooien , wordt een saaie kerst….niks meer te sjoemelen aan de deuren….

  4. het is een leuk stukje, maar het probleem met “unieke” content is dat in hun neiging om alles uniek te houden er steeds het wiel opnieuw word uitgevonden door de aanbieders.

    leuk, betalen voor content, maar liever geen 15 clients/formaten/drm schemas erbij aub.

  5. Of ze er omzet mee halen die interessant is, weet ik niet, maar Dagblad De Limburger (inderdaad, een Limburgs dagblad, en niet eens slecht) heeft een internet-editie waarop je je kunt abonneren (abonnees van de papieren krant hebben ook volledig toegang). Bezoekers van de website die geen abonnee zijn, krijgen alleen de eerste alinea van een artikel te zien.

    Er zijn dus wel kranten die het begrijpen.
    http://www.limburger.nl

  6. ze zouden internetters eens moeten gaan betalen voor de bagger die er op de sites staan…. die debiele reclame `s , pop-ups en andere kelere zooi..
    en dat Prince 1 miljoen abbotjes heeft ??? nou kijken er 1 miljoen homotjes … sowat ..

  7. ___Dé bedrijfstak waardoor internet groot is geworden (inderdaad, de seksindustrie) drijft sinds jaar en dag op content waarvoor de creditcard moet worden getrokken.___

    Zeker nog nooit gehoord van youporn.com of redtube.com Als je die sites hebt gezien en dan nog wilt betalen voor porno ben je een onverzadigbaar seksbeest of je hebt een wel erg zeldzame fetish-voorkeur.

    Oud nieuws (jan 2008) maar blijkbaar nog steeds nieuw voor Koelman:
    http://mediaday.nl/2008/01/wie-doet-het-goed-op-het-internet/

    PS. Het gaat er niet om of mensen wel of niet willen betalen voor content op het internet. Er zijn talloze voorbeelden van succesvolle betaalde content. Waar het wel om gaat is de vraag hoe kranten kunnen overleven nu gebleken is dat een grote groep mensen niet bereid is te betalen voor nieuws dat ook gratis op het internet staat.

  8. Zelf zou ik bv best bereid zijn om te betalen voor alle digitale content van BNR nieuwsradio. Die brengen nieuws weer op hun eigen (mij aansprekende) manier, wat het voor mij de moeite waard maakt hier wat voor neer te leggen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top