Een tientje minder

De koopkracht van studenten neemt in 2017 “enorm af,” volgens het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Stijgende collegegelden, hogere kamerhuren en het verdwijnen van de basisbeurs zorgen ervoor dat studerenden volgend jaar 0,8 tot 1,2 procent minder te besteden hebben. Het ISO noemt dat “een stuk minder geld.” Wie even rekent, snapt dat het hier gaat om hooguit een tientje per maand. Oftewel één pilsje in de week. Big deal.

Het ISO kan zich beter druk maken over de vraag waarom politici (en dus de samenleving) studenten louter zien als kostenpost. Eentje waarop nu al decennialang bezuinigd wordt. En dat terwijl studenten juist geld opleveren. De Telegraaf berichtte laatst dat de helft van de alumni van de Erasmus Universiteit tien jaar na het afstuderen meer dan 97.000 euro verdient. Maastricht University is goed voor 87.000 euro.

Dat zijn allemaal extra belastinginkomsten, dus tel uit je winst als samenleving. Daarbij komt: we willen toch zo graag een kenniseconomie? Ja, dat willen we ook. Alleen, het mag niks kosten. Daarom zeggen politiek en samenleving tegen studenten: “Waarom zouden wij in jou moeten investeren? Investeer lekker in jezelf. Bang voor studieschulden? Dan ben je ook niet gemotiveerd.” Het is de veramerikanisering van het hoger onderwijs.

Houdt het dan nooit op? Nee, want de afgelopen decennia is de overheidsbijdrage per student in het hoger onderwijs maar liefst gehalveerd. En we zijn er nog lang niet, want de kruik gaat net zo lang te water tot zij breekt.

Welke partijen komen nog écht op voor studenten? Enkel de Partij voor de Dieren en de SP. Is dat niet vreemd? Ik bedoel: Nederland telt 700.000 studenten. Dat zijn omgerekend 11 Kamerzetels. Als dat geen machtsfactor is, weet ik het ook niet meer. Dus hallo ISO, máák die vuist, met de verkiezingen in aantocht. Dat lijkt me een stuk zinvoller dan klagen over een tientje minder in de maand.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top